KONINKLIJKE NEDERLANDSE LAWN TENNIS BOND
COMPETITIEREGLEMENT 2020

UITGAVE 2020

Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond
Postbus 1617
3800 BP Amersfoort
 

INHOUDSOPGAVE

I.  Definities, algemene bepalingen en afkortingen  

 01. Competitiereglement
 02. Definities en afkortingen
 03. Aanduidingen in de marge
 04. Bijlagen                    

II. Organisatie van de competitie      

05. Soorten competities
06. Beslissingsbevoegdheden inzake de competitie
07. Data, klassen en afdelingen, aantal partijen en spelers,
    promotie en degradatie, landskampioenschap, aantal banen,
    begintijden, klassenvolgorde en telmethoden
09. Wedstrijdschema
10. Competitieprogramma
11. Spelregels en rustperioden
12. Arbitragefunctionarissen
13. Winnen, verliezen of gelijkspelen van een competitiewedstrijd
14. Winstpunten en opmaken van de competitiestand
15  Eerste en laatste plaats
16. Terugtrekking en uitsluiting van deelname
17. Onderlinge volgorde bij gelijk aantal winstpunten
18. Kampioen van Nederland
19. Promotie en degradatie
20. Niet (uit)spelen van een competitiewedstrijd

III. Verplichtingen van de verenigingen, de aanvoerders en de ploegen

21. Inschrijving van competitieploegen en verplichting tot het hebben
    van een  gecertificeerde verenigingscompetitieleider (VCL)
22. Terugtrekking en uitsluiting competitieploegen
23. Eisen banen en accommodatie
24. Ballen
25. Arbitrage
26. Speeldatum
27. Aanvoerder
28. Begintijd en planning van een competitiewedstrijd
29. Spelen en afspelen van competitiepartijen
30. Onvoltalligheid, niet speelklaar zijn en afwezig zijn
31. Wachten bij slechte weersomstandigheden
32. Terrein, banen en kunstlicht
33. Volgorde van de partijen
34. Uitwisseling van ploegopstelling en tonen ledenpas
35. Uitvallen van een speler
36. Wedstrijdformulier
37. Inzenden en controleren wedstrijduitslagen
38. Correct gedrag van spelers
39. Coachen
40. Reclame      

IV. Gerechtigd zijn om in een competitiewedstrijd te spelen

41. Ledenpas en lidmaatschap
42. Overschrijvingsbepalingen
43. Niet-Nederlandse tennissers
44. Spelen voor meer verenigingen
45. Rolstoeltennissers
46. In een ploeg hebben gespeeld of geacht worden te hebben gespeeld
47. Aantal malen dat in sterkere ploeg mag worden gespeeld
48. Aantal malen dat in een competitieweek mag worden gespeeld
49. Speelgerechtigdheid bij inhaalwedstrijden
50. Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap
51. Speelgerechtigdheid bij een beslissingswedstrijd
52. Gelijktijdigheid competitie en toernooien
53. Begeleiding juniorenploegen                   

V.  Opstelling volgens sterkte van ploegen en van spelers

54. Puntentoekenning aan de spelers
55. Sterktevolgorde van ploegen
56. Opstelling binnen een ploeg
57. Ploegopstelling laatste twee speeldagen

VI. Provinciale competities

58. Deelname aan Provinciale competities
59. Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap
    door de kampioenen van de Provinciale competities

VII. Onderzoeken en protesten

60. Verzoek aan de KNLTB om een onderzoek in te stellen
61. Het indienen van een protest bij de KNLTB

VIII.Strafbepalingen   

62. Straffen die de KNLTB kan opleggen
63. Berechting door de Tuchtraad

IX. Beroepsprocedures

64. In beroep gaan tegen uitspraak CL en KNLTB
65. Behandeling beroep door de KNLTB
66. In beroep gaan tegen uitspraak Tuchtcommissie
67. Uitspraken die de KNLTB kan doen

X.  Slotbepalingen

68. Ingangsdatum van dit reglement
69. Wijziging van dit reglement   
 

Bijlage A: Richtlijnen voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter
Bijlage B: Correct gedrag van spelers
Bijlage C: Strafpuntensysteem (SPS)
Bijlage D: Hitteregel bij extreme weersomstandigheden
Bijlage E: Coachen
Bijlage F: Eisen tennisbanen
Bijlage G: Taken en bevoegdheden van een verenigingscompetitieleider (VCL)
Bijlage H: Systeem van variabele begintijden van wedstrijden
Bijlage I: Sanitaire onderbrekingen
Bijlage J: Maximum boetes specifieke overtredingen en verzuimen CR
 

HOOFDSTUK I Definities, algemene bepalingen en afkortingen

01 Competitiereglement

1. Dit reglement is genaamd: het Competitiereglement van de KNLTB.
2. De inhoud van dit reglement mag niet in strijd zijn met de Statuten,
   noch met het Algemeen Reglement (AR) van de KNLTB.
3. In het Eredivisiereglement Gemengd en het Eredivisiereglement
   Heren alles vermeld wat afwijkt van dit Competitiereglement wat
   betreft de organisatie van en de deelname aan de Eredivisie Gemengd
   en de Eredivisie Heren.
4. Wanneer in dit reglement voor een persoon de mannelijke vorm van een
   zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, wordt tevens de vrouwelijke
   vorm hiervan bedoeld, tenzij uit de strekking van het artikel
   anders blijkt.

02 Definities en afkortingen

In dit reglement wordt, voor zover daarin niet uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder:

1.

a. ITF: Internationale Tennis Federatie.
b. KNLTB: Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond.
c. Bond: KNLTB.
d. Statuten: de Statuten van de KNLTB.
e. Algemeen Reglement (AR): het Algemeen Reglement van de KNLTB.
f. Competitiereglement (CR): het onderhavige reglement.
g. Reglement voor de Tennisarbitrage (TAR): het reglement voor de
   Tennisarbitrage van de KNLTB.
h. Spelregels: de regels, vastgesteld door de ITF in de Engelse taal,
   volgens welke het tennisspel dient te worden gespeeld.
i. Tennisspelregels: de officiële door de KNLTB gepubliceerde
   vertaling van de door de ITF vastgestelde spelregels.
j. Reglement Fair Play: het Reglement Fair Play van de KNLTB .

2.

a. Bondsbestuur: het Bondsbestuur van de KNLTB.
b. Competitieleider (CL): de door het Bondsbestuur benoemde functionaris, die onder verantwoordelijkheid
   van het Bondsbestuur is belast met de uitvoering van de organisatie van de competitie en die ook
   de bevoegdheden heeft, genoemd in dit reglement.
c. Tuchtraad: de Tuchtraad van de KNLTB.
d. Tuchtcommissie: het deel van de Tuchtraad dat daadwerkelijk belast is met de uitvoering van de
   tuchtrechtspraak van de KNLTB in eerste aanleg in een specifieke zaak.
e. Raad van Beroep: de Raad van Beroep van de KNLTB.
f. Commissie van Beroep: het deel van de Raad van Beroep dat daadwerkelijk belast is met de
   uitvoering van de tuchtrechtspraak van de KNLTB in hoogste instantie in een specifieke zaak.
g. Aanklager: onafhankelijk orgaan binnen de KNLTB, die bevoegd is om een zaak aanhangig te maken bij de Tuchtraad.

3.

a. Bondsjaar: de periode van één januari tot en met eenendertig december.
b. Wedstrijdbulletin: een publicatie, die mededelingen en aanvullende maar ook afwijkende
   regelgeving bevat met betrekking tot de organisatie van competities en/of toernooien,
   jaarlijks uitgegeven door de KNLTB.
c. MijnKNLTB: MijnKNLTB.nl is een website van de KNLTB waar onder andere alle informatie
   terug is te vinden over competities en toernooien alsmede het profiel van alle leden
   met bondsnummer, speelsterkte in het enkel- en dubbelspel en actuele rating
   in het enkel- en dubbelspel.
d. Bondskaarthouder: degene, die zonder lid van de KNLTB te zijn, mag deelnemen
   aan één of meer door de KNLTB goedgekeurde wedstrijden en die als zodanig
   door de KNLTB is ingeschreven.
e. Ledenpas: het door de KNLTB aan elk van zijn leden af te geven bewijs van
   lidmaatschap met daarop vermeld: het bondsnummer, de naam, voorletters, geslacht
   en geboortedatum van de speler. De ledenpas is alleen geldig voor deelname aan
   competities
.
f. Speelsterkte: de tennisvaardigheid ingeschaald in een bandbreedte variërend
   van 1 tot en met 9. De toekenning wordt jaarlijks bepaald aan de hand van een
   speelsterktesysteem. Dit systeem wordt jaarlijks door de KNLTB vastgesteld en
   gepubliceerd in het Wedstrijdbulletin en op de website van de KNLTB.
g. Speelsterktecategorie 1-, 2-, 3-, 4-, 5-, 6-, 7-, 8-, 9-enkelspelspeler: degene,
   aan wie onder verantwoordelijkheid van de KNLTB voor het enkelspel de
   speelsterkteaanduiding 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 respectievelijk 9 is gegeven.
h. Speelsterktecategorie 1-, 2-, 3-, 4-, 5-, 6-, 7-, 8-, 9-dubbelspelspeler: degene,
   aan wie onder verantwoordelijkheid van de KNLTB voor het enkelspel de
   speelsterkteaanduiding 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 respectievelijk 9 is gegeven.

4. a. Tennisbaan: het speelveld, zoals beschreven in regel 1 van de Tennisspelregels, alsmede de uitlopen achter de achterlijnen en naast de zijlijnen van het speelveld.

b. Toplaag: het materiaal, waarvan het oppervlak van een tennisbaan is vervaardigd.

c. Spelsoorten: meisjes-/damesenkelspel, jongens-/ herenenkelspel, meisjes-/ damesdubbelspel, jongens-/herendubbelspel en gemengddubbelspel.

d. Competitieweek: de week van maandag tot en met zondag, waarin de door de CL vastgestelde datum van de competitiewedstrijd valt.

e. Nederlandse tennisser: de speler met de Nederlandse nationaliteit, tenzij hij in overeenstemming met de bepalingen van de ITF een andere tennisnationaliteit heeft verkregen; alsmede de speler met een andere nationaliteit, maar die ten minste de laatste drie jaren daadwerkelijk in Nederland gevestigd is geweest en die met goedkeuring van de KNLTB de Nederlandse tennisnationaliteit heeft gekozen door het afleggen van een schriftelijke verklaring aan de KNLTB.

f. Terrein(en): een met goedkeuring van de CL gekozen accommodatie met tennisbanen waar de vereniging zijn thuiswedstrijden speelt.

03 Aanduidingen in de marge

1  De aanduiding “D” in de marge naast een artikel of een onderdeel van een artikel betekent dat van het bepaalde in dit artikel of in het deel van dit artikel dispensatie door de CL mogelijk is.

2  De aanduiding “P” in de marge naast een artikel of een onderdeel van een artikel betekent dat publicatie van de aldaar aangekondigde beslissing in het Wedstrijdbulletin en/of op de website van de KNLTB dient te geschieden.

3  Als de betreffende aanduiding ter hoogte van het nummer van het artikel is geplaatst, heeft de aanduiding betrekking op het gehele artikel. Als de betreffende aanduiding ter hoogte van een bepaald lid of een bepaalde alinea is geplaatst, heeft de aanduiding alleen betrekking op dat lid of die alinea van het artikel.


 

HOOFDSTUK II Organisatie van de competitie
 

05 Soorten competities

P De KNLTB organiseert jaarlijks verschillende soorten competities die in Wedstrijdbulletins en op de website van de KNLTB worden gepubliceerd.

06 Beslissingsbevoegdheden inzake de competities

1  Besluiten van het Bondsbestuur inzake competities worden slechts genomen na overleg met de CL.
2  In gevallen die niet zijn geregeld in dit reglement beslist de CL.

P 07 Data, klassen en afdelingen, aantal partijen en spelers, promotie en degradatie, landskampioenschap, aantal banen, begintijden, klassenvolgorde en telmethoden.
 

De CL bepaalt jaarlijks:
 

a. de uiterste inschrijfdatum voor een competitie;
b. de data van de competitie- en de inhaalwedstrijden en van de wedstrijden om het landskampioenschap;
c. de verschillende klassen in de betreffende competitie;
d. het aantal ploegen (bij voorkeur 8) per afdeling en het inschrijfgeld per ploeg;
e. het aantal partijen in de verschillende spelsoorten per competitiesoort per klasse;
f. welke en hoeveel partijen een speler mag spelen in een competitiewedstrijd;
g. de promotie- en degradatieregeling;
h. het minimum aantal banen waarover een vereniging op de competitiedag moet beschikken in verband met het aantal thuisspelende ploegen van die vereniging, rekening houdende met de verschillende klassen per competitiesoort waarin deze spelen;
i. welke regeling met betrekking tot het begintijdstip van een competitiewedstrijd geldt;
j. regels met betrekking tot het spelen van wedstrijden om het landskampioenschap;
k. welke regeling geldt met betrekking tot telmethoden, conform de tennisspelregels 5, 6 en 7 en Bijlage IV van de Tennisspelregels, in de verschillende spelsoorten en per klasse;
l. voor elke klasse in elke competitiesoort het aantal nieuwe ballen, dat de ontvangende vereniging per wedstrijd ter beschikking moet stellen;
m. de klassenvolgorde;
n. de voorwaarden voor dispensatie om aan een bepaalde competitie te mogen meedoen;

08 Indeling van de ploegen

P 1. De CL bepaalt de verdeling van de voor een competitiesoort ingeschreven ploegen over de klassen en de afdelingen en maakt deze indeling uiterlijk drie weken voor het begin van de competitie bekend.

1  De indeling van de ploegen in de verschillende klassen geschiedt met inachtneming van de eindstanden en de promotie- en degradatieresultaten van het voorafgaande bondsjaar.

2  Een ploeg, die in het voorafgaande bondsjaar niet aan de betreffende competitie heeft deelgenomen, wordt ingedeeld in de laagste klasse.

3  De CL kan een ploeg in een sterkere klasse indelen op basis van een door de vereniging ingediend gemotiveerd promotieverzoek of wanneer het aantal vrije plaatsen in een klasse het aantal promotieverzoeken overtreft. Al dan niet op verzoek van een vereniging kan de CL een ploeg ook in een lagere klasse indelen.

4  Bij fusie van twee of meer verenigingen behoudt de nieuwe vereniging het recht te spelen in de klassen, waarin de oude verenigingen speelden. Bij splitsing van een vereniging in twee of meer nieuwe verenigingen beslist de CL over de indeling van de ploegen.

 

P 6. De CL heeft de bevoegdheid aanvullende regels op te stellen.

P 09 Wedstrijdschema

1  De CL stelt het schema vast voor het spelen van competitiewedstrijden. In iedere afdeling speelt in beginsel elke ploeg tegen elke ander ploeg één wedstrijd, waarbij de aantallen uit- en thuiswedstrijden van die ploegen ten hoogste één verschillen.

2  De CL kan een afwijkend schema vaststellen voor bijzondere doelgroepen.

10 Competitieprogramma
 

P 1. De CL is belast met de samenstelling van het (gewijzigde) competitieprogramma. Het gehele programma wordt uiterlijk veertien dagen voor het begin van de betreffende competitie op de website van de KNLTB bekendgemaakt. Na deze bekendmaking kan de CL wijzigingen aanbrengen in het competitieprogramma. De mededeling omtrent een wijziging moet ten minste tweemaal vier en twintig uur voor het begin van de wedstrijd door de CL rechtstreeks aan de betrokken verenigingen zijn bekendgemaakt.

2. Competitiewedstrijden, inhaalwedstrijden, beslissingswedstrijden en wedstrijden om het landskampioenschap worden als regel op de vaste wedstrijddag gespeeld. De CL kan deze wedstrijden op een andere dag of dagdeel vaststellen. Een dergelijke vaststelling geschiedt steeds na overleg tussen de betrokken Competitieleiders en met instemming van de betreffende verenigingen. De CL kan hierbij regels stellen die afwijken van dit reglement, onder meer wat betreft het aantal banen dat beschikbaar moet zijn en de begintijd van de wedstrijd.

3. Indien een door de CL vastgestelde inhaalwedstrijd, kampioenswedstrijd of beslissingswedstrijd niet op de vastgestelde of overeengekomen tijd kan worden gespeeld op de banen van de ontvangende vereniging en de mogelijkheid bestaat om de wedstrijd af te werken op het terrein van de bezoekende vereniging, dan zijn beide verenigingen verplicht daaraan mee te werken, op voorwaarde dat de beschikbare banen dezelfde toplaag hebben als die van de ontvangende vereniging. De weigering om mee te werken wordt beschouwd als “afwezig zijn”. Onder niet kunnen spelen wordt in dit verband verstaan:

-het niet beschikbaar zijn van banen om organisatorische redenen; -het niet binnen een uur na de vastgestelde of overeengekomen tijd bespeelbaar zijn van ten minste één baan per thuisspelende ploeg; -het niet bespeelbaar zijn van een baan binnen een uur na een onderbreking van de wedstrijd wegens weersomstandigheden.

4. Wanneer een competitiewedstrijd op de datum vermeld in het competitieprogramma niet of slechts gedeeltelijk is gespeeld, stelt de CL een nieuwe datum (inhaaldatum) vast. De op de inhaaldatum gespeelde of voortgezette partijen worden geacht te zijn gespeeld op de aanvankelijke datum van het competitieprogramma.

5. De CL kan vaststellen dat een bepaalde wedstrijd niet behoeft te worden ingehaald of afgespeeld indien de uitslag voor promotie of degradatie niet meer van doorslaggevende betekenis kan zijn. Dit besluit wordt schriftelijk aan de betrokken verenigingen bekend gemaakt.

11 Spelregels en rustperioden

1. De competitiepartijen worden gespeeld volgens de regels vermeld in de Tennisspelregels. Er wordt gespeeld om twee gewonnen sets, met dien verstande dat:

a. in alle sets, wanneer de stand 6-6 is bereikt, het tiebreaksysteem dient te worden toegepast, behalve indien anders is bepaald (artikel 07, lid k);

b. geen rustpauze is toegestaan in de partij.

c. een competitiewedstrijd is begonnen als een van de competitiepartijen van die wedstrijd is begonnen.

d. een competitiepartij is begonnen op het moment dat de eerste opslag voor het eerste punt in die partij is geslagen.

 

2. Regels t.a.v. sanitaire onderbrekingen zijn opgenomen in Bijlage I.

3. Spelers hebben het recht op een inspeeltijd van 5 minuten.

4. Bij onderbreking van een partij ten gevolge van weersomstandigheden of overmacht geldt dat wanneer deze onderbreking:

a. minder dan 15 minuten heeft geduurd geen recht bestaat op inspeeltijd;

b. minimaal 15 maar minder dan 30 minuten heeft geduurd recht bestaat op een inspeeltijd van 3 minuten;

c. 30 minuten of langer heeft geduurd recht bestaat op een inspeeltijd van 5 minuten.

5. Een speler heeft na het beëindigen van een partij recht op 30 minuten rust.

12 Arbitragefunctionarissen

P 1. De CL bepaalt jaarlijks voor welke competitieklassen en voor welke competitiewedstrijden arbitragefunctionarissen dienen te worden aangewezen.

1  De aanwijzing van de in lid 1 bedoelde arbitragefunctionarissen geschiedt door de KNLTB.

2  Arbitragefunctionarissen die optreden bij een competitiewedstrijd of competitiepartij zijn gehouden aan de bepalingen vermeld in het Reglement voor de Tennisarbitrage.

3  In competitiewedstrijden is vervanging van een scheidsrechter tijdens een door hem geleide partij niet mogelijk, behalve op last van de hoofdscheidsrechter van deze wedstrijd.

4  De kosten verbonden aan het optreden van de arbitragefunctionarissen kunnen geheel of gedeeltelijk op de betrokken verenigingen worden verhaald. Indien zij op verzoek van de betrokken vereniging(en) zijn aangewezen, zijn de kosten geheel voor rekening van de aanvrager(s).

13 Winnen, verliezen of gelijkspelen van een competitiewedstrijd

1  Een ploeg heeft een competitiewedstrijd gewonnen, wanneer het
   merendeel van alle te spelen partijen is gewonnen.

2  Een ploeg heeft een competitiewedstrijd verloren, wanneer het
   merendeel van alle te spelen partijen is verloren.

3  Een ploeg heeft een competitiewedstrijd gelijk gespeeld,
   wanneer de helft van alle te spelen partijen is gewonnen.

14 Winstpunten en opmaken van de competitiestand
 

1   Voor iedere gewonnen partij krijgt een ploeg een winstpunt.

2   De competitiestand in een afdeling wordt opgemaakt op basis
    van het aantal verkregen winstpunten.

15 Eerste en laatste plaats

1  De eerste plaats in een afdeling wordt ingenomen door de ploeg die na beëindiging van de competitie het hoogste aantal winstpunten heeft behaald. De laatste plaats in een afdeling wordt ingenomen door de ploeg die het laagste aantal winstpunten heeft behaald.

2  In afwijking van lid 1 eindigt de ploeg die alle competitiewedstrijden heeft gewonnen als eerste en eindigt de ploeg die alle competitiewedstrijden heeft verloren als laatste in zijn afdeling, behoudens het bepaalde in artikel 16 en 62, lid 1 sub b en f.

D 16 Terugtrekking en uitsluiting van deelname

Een ploeg die voor of tijdens de competitie wordt teruggetrokken of van verdere deelname aan de competitie is uitgesloten, neemt in zijn afdeling de laatste plaats in. Alle winst-/ verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald komen te vervallen. Deze ploeg mag door zijn vereniging in het volgende bondsjaar uitsluitend in de laagste competitieklasse worden ingeschreven.
 

17 Onderlinge volgorde bij gelijk aantal winstpunten
 

1. Wanneer in een afdeling twee ploegen met een gelijk aantal winstpunten zijn geëindigd wordt hun onderlinge volgorde achtereenvolgens als volgt bepaald:

a. het resultaat in de onderling gespeelde wedstrijd;

b. het saldo van het aantal gewonnen sets in die onderlinge wedstrijd;

c. het saldo van het aantal gewonnen spellen in die onderlinge wedstrijd. Wanneer ook hierdoor geen beslissing kan worden verkregen en hun volgorde zou van belang zijn voor de vaststelling van promotie, degradatie of plaatsing voor deelname aan een kampioenschap, dan zullen de betrokken ploegen een beslissingswedstrijd spelen op een door de CL vast te stellen datum en (eventueel door loting) aan te wijzen terrein, tenzij de betrokken verenigingen in onderling overleg een terrein kiezen. Zou ook door deze beslissingswedstrijd hun volgorde niet kunnen worden vastgesteld, dan beslist het lot.

2. a. Wanneer in een afdeling drie of meer ploegen met een gelijk aantal winstpunten zijn geëindigd wordt hun onderlinge volgorde achtereenvolgens bepaald door: §• vergelijking van het totaal aantal winstpunten die deze ploegen in de onderling

gespeelde wedstrijden hebben behaald; §• vergelijking van de verschillen tussen het aantal gewonnen en verloren sets die deze ploegen in de onderling gespeelde wedstrijden hebben behaald; §• vergelijking van de verschillen tussen het aantal gewonnen en verloren spellen die deze ploegen in de onderling gespeelde wedstrijden hebben behaald.

b. Indien hun volgorde door de onder a. genoemde bepalingsmethode slechts ten dele kan worden vastgesteld, dan dient t.a.v. die ploegen waarvan de volgorde nader moet worden bepaald, de onder lid 1 beschreven methode respectievelijk de onder lid 2 sub

a. beschreven methode te worden toegepast.

3. Als één van de in lid 1 of 2 bedoelde ploegen een wedstrijd heeft gespeeld waarbij een partij is opgeëist of voor aanvang van de partij is opgegeven, dan geldt voor deze partij de uitslag: 6-0/6-0. Als na aanvang van een partij wordt opgegeven dan geldt voor het restant van de partij dat met maximale cijfers wordt verloren.
 

P 18 Kampioen van Nederland
 

Kampioen van Nederland in een bepaalde competitiesoort is de ploeg, spelende in de hoogste klasse van deze competitiesoort, die volgens door de KNLTB vast te stellen regels dit kampioenschap heeft behaald.
 

19 Promotie en degradatie
 

1  In alle competitieklassen, behalve de hoogste, geldt dat de ploeg die op de eerste plaats is geëindigd automatisch promoveert, tenzij een andere regeling geldt (artikel 07, lid g).

2  In alle competitieklassen, behalve de laagste, geldt dat de ploegen degraderen die op de laatste twee plaatsen zijn geëindigd, tenzij een andere regeling geldt (artikel 07, lid g).

20 Niet (uit)spelen van een competitiewedstrijd
 

Een afgebroken of niet-gespeelde wedstrijd moet uiterlijk op de eerstvolgende inhaaldag worden (uit)gespeeld. Indien een wedstrijd niet wordt (uit)gespeeld, dan wordt de tussenstand omgezet in een eindstand. Het is verboden gefingeerde uitslagen in te vullen. Indien gefingeerde uitslagen zijn ingevuld is de CL bevoegd één of meer van de straffen vermeld in artikel 62, lid 1 sub a en f op te leggen. In bepaalde competitie(s)/-soorten is het toegestaan een wedstrijd uit te stellen. In het wedstrijdbulletin is gepubliceerd welke competitie(s)/¬soorten dit betreft en wat de nadere voorwaarden zijn.
 

HOOFDSTUK III Verplichtingen van de verenigingen, de aanvoerders en de ploegen
 

21 Inschrijving van competitieploegen en verplichting tot het hebben van een gecertificeerde verenigingscompetitieleider (VCL)
 

P 1. Een vereniging, die aan een competitie wenst deel te nemen, dient haar ploegen schriftelijk aan te melden vóór de door de CL vastgelegde inschrijfdatum. Bij aanmelding na deze datum beslist de CL of de inschrijving alsnog kan worden aanvaard, al dan niet tegen een verhoogd inschrijfgeld.

2. Door de inschrijving neemt een vereniging voor de door haar opgegeven ploegen de verplichting op zich de competitie tot het einde uit te spelen volgens het competitieprogramma en geen handelingen en gedragingen te doen of na te laten waardoor een eerlijk verloop van de competitie wordt verhinderd.

P 3. Een vereniging is voor elk ploeg die zij voor een competitie heeft ingeschreven een door het Bondsbestuur vastgesteld inschrijfgeld verschuldigd.

1  Een vereniging die op het moment waarop de inschrijving voor de competitie sluit financiële verplichtingen jegens de KNLTB heeft waarvan de betalingstermijn is verstreken, zal niet eerder voor de competitie worden ingeschreven dan nadat deze verplichtingen volledig zijn voldaan, onverminderd het bepaalde in lid 1 2e zin.

2  Een vereniging, die aan de competitie wenst deel te nemen, is verplicht te beschikken over een VCL (artikel 02, lid 5 sub a). Deze VCL dient jaarlijks voor 1 februari op de door KNLTB voorgeschreven wijze te worden opgegeven.

3  De VCL is verantwoordelijk voor het uitvoeren of laten uitvoeren van de taken als vermeld in Bijlage G.

22 Terugtrekking en uitsluiting competitieploegen
 

1. Bij terugtrekking of uitsluiting van een ploeg kan de CL regels stellen t.a.v. de speelgerechtigdheid voor het spelen in ploegen van dezelfde vereniging en voor wedstrijden om het landskampioenschap.

P Deze regels worden per geval bekend gemaakt door de CL.

D 2. Bij terugtrekking van een ploeg uit een competitie of bij uitsluiting (als strafmaatregel) van deelname aan een competitie blijft de verplichting tot het betalen van het inschrijfgeld bestaan en kan de betreffende vereniging een straf worden opgelegd (artikel 62).
 

23 Eisen banen en accommodatie

 D 1. Op elke competitiedag moet per ontvangende ploeg het vereiste aantal banen (artikel 07, lid h) beschikbaar zijn tot het tijdstip van beëindigen respectievelijk afbreken van de wedstrijd, één en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 31, 32, lid 1 sub b en 32, lid 2.

D 2. De banen moeten voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Tennisspelregels en in goede staat verkeren. Bovendien moeten banen die na 1 januari 1997 zijn aangelegd, gerenoveerd of omgebouwd het NOC*NSF/KNLTB keurmerkcertificaat hebben verkregen (Bijlage F). Bij de banen dienen behoorlijke kleedkamers met was- en douchegelegenheid, een toilet en een kantine aanwezig te zijn. Voor de maatvoering van deze ruimten wordt verwezen naar de normen die hiervoor zijn vastgelegd in de uitgave Normen en Richtlijnen voor Clubhuizen. Deze voorzieningen moeten ten minste beschikbaar zijn van een half uur voor het begin van de wedstrijd tot een half uur na het tijdstip van beëindigen respectievelijk afbreken van de wedstrijd.

3. De CL kan de inschrijving van een ploeg voor de competitie weigeren wanneer het aantal beschikbare banen te gering is of wanneer de kwaliteit van de banen of van de accommodatie onvoldoende is.

P 4. De ontvangende vereniging dient ervoor zorg te dragen dat bij de banen aanwezig zijn: de meest recente uitgaven van de relevante Wedstrijdbulletins, het CR en de Tennisspelregels, alsmede een EHBO-doos, die voldoet aan de jaarlijks door de KNLTB vast te stellen eisen.

5. De ontvangende vereniging is verplicht, zo de mogelijkheid hiertoe bestaat, behalve het minimum aantal banen (artikel 07, lid h), extra banen ter beschikking te stellen, teneinde een competitiewedstrijd op tijd te kunnen beëindigen. Deze extra banen dienen dezelfde toplaag te hebben als die, waarop de competitiewedstrijd is begonnen. De bezoekende ploeg is verplicht eraan mee te werken dat ook op die extra banen partijen worden gespeeld.

6. Indien de vereniging voor het spelen van competitiewedstrijden gebruik maakt van kunstlicht dient dit te voldoen aan de normen zoals gesteld door de Nederlandse Stichting van Verlichtingskunde (NSVV). De gebruikswaarde van deze verlichting dient op het gehele speelveld minimaal 300 lux te bedragen.

P 24 Ballen
 

De KNLTB bepaalt jaarlijks voor elke klasse de soort en het aantal nieuwe ballen (door de KNLTB of ITF goedgekeurd), dat de ontvangende vereniging per wedstrijd ter beschikking moet stellen. Op één competitiedag mag per wedstrijd slechts gespeeld worden met ballen van één bepaald handelsmerk, soort en kleur. Een bezoekende ploeg is niet verplicht om een competitiewedstrijd te spelen met ballen die niet voorkomen op de lijst van goedgekeurde ballen. Kan de ontvangende ploeg echter op een andere wijze aantonen dat de betreffende ballen door de KNLTB of ITF zijn goedgekeurd, dan dient de bezoekende ploeg hiermee akkoord te gaan. Wanneer een competitiewedstrijd wordt gespeeld met ballen die niet zijn goedgekeurd is een eventueel protest hiertegen niet ontvankelijk.
 

25 Arbitrage
 

1. Een ontvangende vereniging kan een verzoek om arbitragefunctionarissen indienen bij de CL.

1  Indien het verzoek om arbitrage wordt gehonoreerd, heeft de CL de taak de bezoekende vereniging(en) ten minste 5 dagen voor de datum van de competitiewedstrijd hierover te informeren.

2  Indien voor een competitiewedstrijd door de CL geen arbitragefunctionaris is aangewezen en door de vereniging geen verzoek bij de KNLTB is ingediend c.q. gehonoreerd, dan heeft de ontvangende vereniging tot taak om voldoende scheidsrechters beschikbaar te stellen. Hieronder dient te worden verstaan dat indien vóór of tijdens een partij een of meer betrokken spelers verzoeken om een scheidsrechter, deze door de ontvangende vereniging ter beschikking moet worden gesteld.

26 Speeldatum

D 1. Een competitiewedstrijd moet worden gespeeld op de datum vermeld in het competitieprogramma (artikel 07, sub b).

1    Verenigingen kunnen overeenkomen een competitiewedstrijd geheel of gedeeltelijk eerder te spelen dan op de in lid 1 bedoelde datum.

2    Een vooraf gespeelde competitiewedstrijd wordt geacht te zijn gespeeld op de oorspronkelijke datum.

27 Aanvoerder
 

1  Een vereniging is verplicht voor elke ploeg per competitiewedstrijd een aanvoerder aan te wijzen. Deze dient zich voor het begin van de wedstrijd aan de tegenpartij bekend te maken.

2  Wanneer de aanvoerder van een ploeg - in zijn functie als aanvoerder - een bepaling van het CR/Wedstrijdbulletin overtreedt, wordt deze overtreding geacht te zijn begaan door zijn vereniging.

3  Wanneer een aanvoerder constateert dat door de tegenpartij een bepaling van het CR/ Wedstrijdbulletin is overtreden, wordt deze overtreding geacht op de dag van de wedstrijd ter kennis van zijn vereniging te zijn gekomen.

4  De aanvoerder van een ploeg is verplicht de aanwijzingen van de VCL van de thuisspelende ploeg op te volgen, voor zover deze voortvloeien uit de taken en bevoegdheden van een VCL (artikel 38, lid 2 en Bijlage G).

5  De aanvoerder van de bezoekende ploeg is verplicht zich via Mijn KNLTB op de hoogte te stellen van alle relevante informatie over de uitwedstrijden van zijn ploeg.

28 Begintijd en planning van een competitiewedstrijd
 

1. a. Op zaterdag (hele dag) en zondag (hele dag) wordt er gespeeld met het systeem van variabele begintijden (Bijlage H). Op de overige dagen en dagdelen wordt er gespeeld met vaste begintijden. Deze begintijden worden getoond in het wedstrijdbulletin. De CL is bevoegd een andere begintijd vast te stellen.

P b. De VCL van de thuisspelende ploeg is verplicht de begintijd van een wedstrijd van die ploeg te publiceren op MijnKNLTB. Deze informatie dient uiterlijk 8 dagen voor de betreffende speeldag te zijn doorgegeven. Mocht dit niet gebeurd zijn, dan dient de aanvoerder van de bezoekende ploeg contact op te nemen met de VCL van de thuisspelende ploeg. Deze VCL zal dan de begintijd schriftelijk aan de aanvoerder moeten bevestigen.

D + P c. Op elke competitiedag dient de VCL een zodanige planning te maken dat alle wedstrijden in ten hoogste het aantal speelronden wordt gespeeld dat door de CL is vastgesteld.

2. a. Een ploeg wordt geacht aanwezig te zijn indien minimaal één speler van die ploeg aanwezig is.

b. Indien een ploeg op de in lid 1 bedoelde begintijd nog niet ter plekke is, wordt deze ploeg geacht afwezig te zijn, tenzij er sprake is van overmacht.

c. Indien een ploeg door deze overmacht echter wel binnen een half uur na deze begintijd alsnog verschijnt, dient de competitiewedstrijd zo spoedig mogelijk te worden begonnen. Als de overmachtsituatie niet door de aanvoerder van de andere ploeg wordt erkend, dient dient hun VCL hiervan melding te maken bij de CL. De CL beslist achteraf of er sprake is geweest van overmacht.

d. Indien een ploeg een half uur na de in lid 1 bedoelde begintijd nog afwezig is, mag de andere ploeg het terrein verlaten. De VCL van de wel aanwezige ploeg dient hiervan melding te maken bij de CL. De CL beslist achteraf of er sprake is geweest van overmacht en kan besluiten de wedstrijd opnieuw vast te stellen.

29 Spelen en afspelen van competitiepartijen
 

1  Als een competitiewedstrijd is begonnen dienen de partijen aaneensluitend te worden gespeeld (artikel 32, lid 2 sub a, met inachtneming van artikel 11, lid 5).

2  De aanvoerder van de ontvangende ploeg is hiervoor verantwoordelijk. Zodra een baan gereed is voor het spelen van een (volgende) competitiepartij is hij verplicht de desbetreffende spelers op te roepen.

3  Indien de ontvangende vereniging uiterlijk één uur na het vastgestelde aanvangstijdstip van de competitiewedstrijd geen baan beschikbaar heeft gesteld voor de betreffende wedstrijd, mag de bezoekende ploeg het terrein verlaten. De VCL’s van beide ploegen dienen hiervan melding te maken bij de CL. De CL beslist of de wedstrijd aan de bezoekende ploeg gewonnen wordt gegeven of opnieuw wordt vastgesteld. Deze bepaling is niet van toepassing als door weersomstandigheden niet kan worden begonnen.

P 4. De CL stelt vast tot welk tijdstip begonnen competitiepartijen moeten worden afgespeeld. Na genoemd tijdstip hoeft bovendien een nieuwe partij niet meer te worden begonnen. P 5. Het in lid 4 genoemde tijdstip wordt gepubliceerd in het Wedstrijdbulletin.

6. Een competitiepartij, die slechts gedeeltelijk is gespeeld moet, indien wordt besloten deze af te spelen, worden voortgezet door dezelfde spelers, op de stand bij het afbreken en dezelfde positie op de baan.
 

30 Onvoltalligheid, niet speelklaar zijn en afwezig zijn
 

1. a. Een ploeg is onvoltallig indien één of meer van de in te vullen spelersnamen op grond van artikel 34, lid 2 niet kan worden ingevuld.

b. Als een ploeg door onvoltalligheid niet alle partijen van een competitiewedstrijd kan spelen, moeten in de daarvoor in aanmerking komende spelsoorten de in volgorde van afnemende sterkte laatste partijen gewonnen worden gegeven. Als partijuitslag moet in dat geval ‘walkover thuis’ respectievelijk ‘walkover uit’ worden vermeld. Bovendien kan de CL bij onvoltalligheid straffen laten opleggen (artikel 62). Als een partij door onvoltalligheid van beide ploegen niet gespeeld kan worden, ontvangt geen van beide ploegen voor die partij een winstpunt.

c. Indien bij een wedstrijd bestaande uit 5 partijen een ploeg onvolledig opkomt, mogen de enkelspelspelers niet samen dubbelen.

1  Als een partij niet kan worden begonnen doordat één of meer spelers niet binnen vijftien minuten speelklaar is, na daartoe te zijn opgeroepen door de aanvoerder van de ontvangende ploeg (artikel 29, lid 2), kan de andere ploeg die partij opeisen. Als partijuitslag moet in dat geval ‘walkover thuis’ respectievelijk ‘walkover uit’ worden vermeld.

2  Wanneer een ploeg afwezig is of geacht wordt afwezig te zijn (artikel 28, lid 2 sub b), kan de CL het maximum in die wedstrijd te behalen winstpunten in mindering brengen of de desbetreffende wedstrijd opnieuw vaststellen en daarnaast één of meer andere straffen laten opleggen (artikel 62). Wanneer een ploeg in een door de CL opnieuw vastgestelde wedstrijd weer afwezig is of geacht wordt afwezig te zijn, kan deze ploeg uit de competitie worden genomen. Deze ploeg wordt dan beschouwd als niet aan de competitie te hebben deelgenomen. Alle winst-/verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald, komen te vervallen.

3  Is een ploeg twee of meer keren afwezig of komt men onvolledig op dan kan deze ploeg worden teruggezet naar de laatste plaats. Alle winst-/ verliespunten die tegen deze ploeg zijn behaald komen te vervallen.

31 Wachten bij slechte weersomstandigheden
 

1  Wanneer een competitiewedstrijd wegens weersomstandigheden niet op tijd kan beginnen, zijn beide ploegen verplicht te wachten tot de omstandigheden zodanig wijzigen dat spelen mogelijk is. Indien dit twee uur na de officiële begintijd nog niet het geval is, behoeft met de wedstrijd niet begonnen te worden, met inachtneming van artikel 29, lid 4.

2  Wanneer een competitiewedstrijd wegens weersomstandigheden is onderbroken, zijn beide ploegen verplicht te wachten tot de omstandigheden zodanig wijzigen dat spelen mogelijk is (met inachtneming van artikel 29, lid 4). Indien dit twee uur na het moment van onderbreking nog niet het geval is hoeft de wedstrijd die dag niet te worden voortgezet.

D 32 Terrein, banen en kunstlicht

1. a. Alle partijen moeten worden gespeeld op het terrein van de ontvangende vereniging. In onderling overleg mag daarvan worden afgeweken.

b. Een vereniging die concludeert dat de voor de competitie bestemde banen niet tijdig speelklaar zullen zijn, dient hierover uiterlijk drie dagen voor de eerste competitiewedstrijd contact op te nemen met de CL. Zolang de banen niet speelklaar zijn, moeten de geplande wedstrijden (indien mogelijk) gespeeld worden op het terrein van de tegenstander of - als ook dat niet mogelijk is - op neutraal terrein. De CL beslist of er sprake is van overmacht. Indien de overmacht niet door de CL wordt erkend, kan de KNLTB een straf opleggen (artikel 62, lid 4 sub d).

2. a. De partijen dienen aaneensluitend te worden gespeeld op de banen die daarvoor door de aanvoerder van de ontvangende ploeg worden aangewezen. Deze banen dienen alle dezelfde toplaag te hebben.

b. Indien de bezoekende ploeg van mening is dat de aangewezen banen niet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in artikel 23, lid 2 waarbij sprake zou zijn van een bovenmatig blessurerisico, dan wel van een ernstige belemmering van een normaal spelverloop, kan voor aanvang van de partijen geprotesteerd worden en geweigerd worden te spelen. Als van dit recht geen gebruik wordt gemaakt vervalt de mogelijkheid later protest aan te tekenen tegen de kwaliteit van de banen.

3. Beide ploegen zijn verplicht om - indien mogelijk - partijen bij kunstlicht te spelen, met inachtneming van het bepaalde in lid 2 en artikel 23, lid 6.
 

33 Volgorde van de partijen
 

1. De volgorde van de partijen in een competitiewedstrijd is:

a. dames-/meisjesenkelspel
b. heren-/jongensenkelspel
c. dames-/meisjesdubbelspel
d. heren-/jongensdubbelspel
e. gemengddubbelspel In elke spelsoort wordt in volgorde van afnemende speelsterkte gespeeld.
 

2. In een gemengde competitie bestaande uit 5 partijen is de volgorde:

a. dames-/meisjesenkelspel
b. heren-/jongensenkelspel
c. gemengd dubbelspel
d. dames-/meisjesdubbelspel
e. heren-/jongensdubbelspel

3. De aanvoerders kunnen in onderling overleg van de in lid 1 en 2 vermelde volgorde afwijken.

Uitwisseling van ploegopstelling en tonen van ledenpas

1. De beide aanvoerders zijn verplicht vóór het begin van de competitiewedstrijd:

a. de ploegopstelling conform artikel 56 MijnKNLTB in te voeren en bevestigen (zodra de aanvoerders allebei hun opstelling hebben bevestigd, wordt de ploegopstelling voor de aanvoerder van de tegenstander zichtbaar.

b. de ledenpassen van de aanwezige spelers aan elkaar ter inzage te geven.

2. a. In de in lid 1 sub a genoemde ploegopstelling mogen in de enkelspelpartijen alleen spelers worden opgenomen die op dat moment daadwerkelijk aanwezig zijn, tenzij met goedvinden van de aanvoerders hiervan wordt afgeweken. Deze afwijking dient schriftelijk te worden vastgelegd en door beide aanvoerders te worden geparafeerd.

b. De aanvoerders zijn verplicht om voor het begin van de wedstrijd te controleren of de ploegopstelling van de andere ploeg niet in strijd is met bepalingen betreffende de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte. Is een opstelling hiermee in strijd, dan dient de aanvoerder van de desbetreffende ploeg de opstelling te wijzigen. Nieuwe spelers mogen niet aan de opstelling worden toegevoegd.

3. a. Uiterlijk tot 15 minuten voor aanvang van de eerste dubbelspelpartij in de desbetreffende spelsoort van de dag kan de aanvoerder de in lid 1 sub a bedoelde ploegopstelling wijzigen. Nieuwe spelers mogen aan de opstelling worden toegevoegd. In afwijking tot bovenstaande kan de aanvoerder bij vier partijen heren en dames dubbelcompetities uiterlijk tot 15 minuten voor aanvang van de derde dubbelspelpartij (partij 1 van ronde 2) de ploegopstelling wijzigen. Nieuwe spelers mogen ook hier aan de opstelling worden toegevoegd.

b. Deze wijziging dient schriftelijk te worden vastgelegd en door beide aanvoerders te worden geparafeerd.

c. De aanvoerder dient de ledenpassen en het spelersprofiel via MijnKNLTB van nieuwe spelers zoals genoemd in lid b en/of spelers die bij de ploeguitwisseling zoals genoemd in lid 1 afwezig waren ter inzage te geven.

d. De aanvoerders zijn verplicht om te controleren of de wijziging van de ploegopstelling van de andere ploeg niet in strijd is met bepalingen betreffende de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte. Is een opstelling hiermee in strijd, dan dient de aanvoerder van de desbetreffende ploeg de opstelling te wijzigen. Nieuwe spelers mogen aan de opstelling worden toegevoegd.

e. Indien deze wijziging niet uiterlijk 15 minuten voor aanvang van de eerste dubbelspelpartij in de desbetreffende spelsoort van de dag heeft plaatsgevonden, (of 15 minuten voor aanvang van de derde dubbelspelpartij bij vier partijen heren en dames dubbelcompetities), dienen de dubbelspelpartijen te worden gespeeld overeenkomstig de in lid 1 sub a bedoelde ploegopstellingen.

 

1  Indien bij de uitwisseling van de ploegopstellingen van een speler geen geldige ledenpas (artikel 02, lid 3 sub e) aanwezig is heeft de andere ploeg het recht de partijen op te eisen, waarin deze speler staat opgesteld. Als partijuitslag moet in dat geval ‘walkover thuis’ respectievelijk ‘walkover uit’ worden vermeld. Als van dit recht geen gebruik wordt gemaakt, vervalt de mogelijkheid om alsnog protest aan te tekenen tegen de speelgerechtigdheid.

2  Het niet-voldoen aan de in lid 1, lid 2 sub b en lid 3 sub d genoemde verplichtingen heeft tot gevolg dat een protest wegens het spelen in strijd met bepalingen betreffende de speelgerechtigdheid en/of de volgorde van speelsterkte niet ontvankelijk is, tenzij dit niet-voldoen te wijten is aan de aanvoerder van de ploeg waartegen dit protest wordt ingediend.

3  Wanneer een wedstrijd op de datum van het competitieprogramma niet of slechts gedeeltelijk is gespeeld, gelden ook op de inhaaldag (voor zover van toepassing) lid 1 t/m 5 van dit artikel.

35 Uitvallen van een speler
 

Wanneer een speler na de uitwisseling van de ploegopstellingen door een ongeval, ziekte of een andere vorm van overmacht niet in staat is (verder) te spelen, mag met goedvinden van de aanvoerders en met inachtneming van het gestelde in artikel 56 van de ploegopstelling worden afgeweken. Wanneer de aanvoerders niet tot overeenstemming kunnen komen, moeten de resterende partijen van de speler die niet in staat is (verder) te spelen, gewonnen worden gegeven.
 

36 Wedstrijdformulier
 

P 1. De aanvoerder van de ontvangende ploeg is verplicht het wedstrijdformulier via MijnKNLTB volledig digitaal in te vullen volgens de voorschriften van de CL.

1  De door onvoltalligheid van een ploeg niet gespeelde partijen dienen ook op het wedstrijdformulier te worden vermeld.

2  Indien om andere redenen niet alle partijen zijn gespeeld (bijvoorbeeld door de weersomstandigheden), dient de aanvoerder van de ontvangende ploeg het digitale wedstrijdformulier in te vullen. Hierop moeten de uitslagen van de geheel en gedeeltelijk gespeelde partijen worden ingevuld, alsmede de voorlopige totaaluitslag (0-0 indien de betreffende wedstrijd nog niet is begonnen).  

37 Inzenden en controleren wedstrijduitslagen
 

De aanvoerder van de ontvangende ploeg is verplicht direct na afloop van de wedstrijd de uitslagen van elke geheel of gedeeltelijk gespeelde competitiewedstrijd, dan wel afgelaste of reglementair niet gespeelde competitiewedstrijd, via MijnKNLTB aan de KNLTB door te geven. De aanvoerder van de bezoekende ploeg is verplicht om, voor het verlaten van het terrein, de digitaal ingevoerde wedstrijduitslagen van de betreffende speeldag op juistheid te controleren. Het niet-voldoen aan deze verplichting heeft tot gevolg dat de mogelijkheid vervalt om tegen de ingevoerde uitslagen een protest in te dienen.
 

38 Correct gedrag van spelers
 

1  Een speler dient zich zowel op het terrein van zijn vereniging als dat van zijn tegenstander correct te gedragen (zoals in Bijlage B) en zich te houden aan de Algemene Gedragscode van de KNLTB.

2  Bij ernstig wangedrag van een speler (een misdraging zoals genoemd in het Reglement Fair Play) heeft de VCL van de ontvangende vereniging de bevoegdheid een partij of wedstrijd te staken. Hiervan dient hij binnen 3 dagen na afloop van de dag waarop dit heeft plaatsgevonden schriftelijk en gemotiveerd melding te maken bij het Fair Play meldpunt van de KNLTB. De VCL is alleen bevoegd indien de betreffende competitiewedstrijd of competitiepartij niet door een namens de KNLTB aangestelde hoofdscheidsrechter wordt geleid (zie Bijlage G). De KNLTB zal een onderzoek instellen en uitspraak doen. Bij ernstig wangedrag van een of meer spelers, coaches of begeleiders van een competitieploeg heeft de KNLTB ook de bevoegdheid de betrokken vereniging(en) mede verantwoordelijk te stellen en een onderzoek in te stellen. Als het genoemde onderzoek hier aanleiding toe geeft, dan kan de KNLTB een straf opleggen (artikel 62).

3  Ongeacht het bepaalde in lid 2 heeft een arbitragefunctionaris die door de KNLTB voor het leiden van een competitiewedstrijd is aangewezen, tevens de plicht om tijdens het leiden van een partij op te treden tegen overtredingen van de bepalingen in Bijlage B onder toepassing van het SPS opgenomen in Bijlage C. Van deze overtredingen maakt de arbitragefunctionaris een rapport op dat: -voor kennisneming wordt geparafeerd door de hoofdscheidsrechter (indien aanwezig); -ter inzage aan de betrokken aanvoerder wordt gegeven; -wordt ingediend bij de afdeling Wedstrijdtennis van het Bondsbureau en dat overeenkomstig het Reglement Fair Play kan worden voorgelegd aan de Tuchtraad.
 

39 Coachen
 

Tijdens een competitiewedstrijd is coachen toegestaan (tennisspelregel 30 en Bijlage E).
 

40 Reclame
 

1. Reclame geplaatst op, achter en aan de zijkanten van de baan dient te voldoen aan
   Bijlage III van de Tennisspelregels. P 2. De KNLTB kan richtlijnen voor kledingreclame vaststellen.

 

HOOFDSTUK IV Gerechtigd zijn om in een competitiewedstrijd te spelen
 

41 Ledenpas en lidmaatschap
 

Gerechtigd om in een competitiewedstrijd voor een bepaalde vereniging te spelen is uitsluitend een speler die:

D a. op het moment van spelen in het bezit is van een geldige ledenpas (artikel 02, lid 3 sub e);

b. op het moment van spelen geen financiële verplichting jegens de KNLTB heeft openstaan waarvan de betalingstermijn is verstreken;

c. de speeldag waarop hij wil spelen, als lid van die vereniging bij de KNLTB staat ingeschreven.

42 Overschrijvingsbepalingen
 

1. Een speler die voorjaarscompetitie heeft gespeeld mag in het daar op volgende jaar voor een andere vereniging voorjaarscompetitie spelen, indien hij het lidmaatschap van de vereniging waarvoor hij voorjaarscompetitie heeft gespeeld vóór 1 november schriftelijk heeft opgezegd.

2. Indien hij het lidmaatschap niet vóór 1 november heeft opgezegd, mag hij in het volgende jaar uitsluitend voor een andere vereniging voorjaarscompetitie spelen indien:

a. hij vóór 1 november zijn vereniging schriftelijk heeft medegedeeld het volgend jaar niet beschikbaar te zijn om voor die vereniging voorjaarscompetitie te spelen, of

b. de CL uiterlijk 10 werkdagen voor het begin van de voorjaarscompetitie van de vereniging waarvoor hij voorjaarscompetitie heeft gespeeld, een KNLTB overschrijvingsformulier heeft ontvangen.

3. Artikel 44, lid 2 is van toepassing.

43 Niet-Nederlandse tennissers
 

1. Spelers die niet onder de definitie “Nederlandse tennisser” vallen, mogen aan een competitie deelnemen als wordt voldaan aan de bepalingen van dit reglement.

2. Verenigingen zijn verplicht om bij aanmelding van niet-Nederlandse tennissers als lid bij de KNLTB aan te geven of de betreffende speler:

a. over een internationale ATP-, WTA- of ITF-jeugdranglijstpositie beschikt;

b. in enig land een positie op de nationale ranglijst inneemt en welke deze is, en/of in enig land een speelsterkte heeft en welke deze is.

3. Verenigingen zijn verplicht de CL te melden wanneer aan een als lid aangemelde niet-Nederlandse tennissers een speelsterkte is toegekend die onjuist is in relatie tot zijn ATP-, WTA- of ITF-jeugdranglijstpositie, dan wel zijn ranglijstpositie en/of speelsterkte in enig land en de richtlijnen daaromtrent. Bij het niet nakomen van deze verplichting kan de KNLTB een straf opleggen (artikel 62).

D 44 Spelen voor meer verenigingen
 

1  Een speler mag in één bondsjaar voor niet meer dan één vereniging in één bepaalde competitie spelen. Dit geldt eveneens wanneer een ploeg waarin hij speelde uit de competitie is teruggetrokken of van (verdere) deelneming is uitgesloten. Onder één bepaalde competitie wordt verstaan: de voorjaars-, zomer-, najaars- of wintercompetitie.

2  In afwijking van lid 1 mag een speler met dispensatie van de KNLTB voor maximaal twee verenigingen competitie spelen. Aan deze dispensatie kunnen nadere voorwaarden worden gesteld. Accordering van de dispensatieaanvraag door de VCL’s van beide verenigingen ontslaat de betreffende speler van de verplichtingen als genoemd in artikel 42, lid 1 en 2.

45 Rolstoeltennissers
 

1  Rolstoeltennissers kunnen deelnemen aan alle competities. In dat geval gelden voor hen de spelregels, zoals die voor rolstoeltennis zijn vastgesteld.

2  Een vereniging die een rolstoeltennisser in een ploeg opstelt, dient dit ten minste een week voor de geplande speeldatum aan de VCL van de tegenpartij te melden.

46 In een ploeg hebben gespeeld of geacht worden te hebben gespeeld
 

Een speler heeft in een bepaalde ploeg gespeeld, wanneer hij in deze ploeg een competitiepartij geheel of ten dele heeft gespeeld, ook al zou deze partij achteraf wegens een begane overtreding verloren zijn verklaard.

47 Aantal malen dat in een sterkere ploeg mag worden gespeeld

1  Gerechtigd tot het spelen in een bepaalde ploeg is uitsluitend een speler, die in het betreffende bondsjaar in een bepaalde competitie (artikel 44 lid 1) niet meer dan eenmaal in een sterkere ploeg (artikel 02, lid 4 sub j) heeft gespeeld of geacht wordt te hebben gespeeld.

2  Lid 1 is niet van toepassing indien dispensatie is verleend op grond van de artikelen 44, lid 2 of 48, lid 2.

48 Aantal malen dat in een competitieweek mag worden gespeeld
 

D 1. Een speler mag in een competitieweek op verschillende speeldagen deelnemen in één competitiewedstrijd, mits dit niet in strijd is met het gestelde in artikel 47 lid 1 van dit reglement. Daarnaast mag een speler in een competitieweek op dezelfde speeldag deelnemen in twee competitiewedstrijden, mits dit niet in strijd is met het gestelde in artikel 47 lid 1 van dit reglement en deze beiden competities niet worden gespeeld middels het systeem van variabele begintijden.

2. Een speler met KNLTB-dispensatie mag op verschillende speeldagen of op dezelfde speeldag (mits de beiden competities niet worden gespeeld middels het systeem van variabele begintijden) in maximaal twee competitiewedstrijden spelen waarbij er in de verhouding tussen de twee ploegen sprake is van een sterkere ploeg (artikel 47 lid 1). Aan deze dispensatie kunnen nadere voorwaarden worden gesteld.
 

49 Speelgerechtigdheid bij inhaalwedstrijden
 

1  Een op een inhaaldatum gespeelde partij wordt geacht te zijn gespeeld op de oorspronkelijke dag van het competitieprogramma.

2  Het is verboden bij een inhaalwedstrijd een speler in een ploeg op te stellen, die op de oorspronkelijke dag van het competitieprogramma in een andere ploeg heeft gespeeld.

3  Als een competitiewedstrijd op de dag van het competitieprogramma niet of slechts ten dele is gespeeld, blijft de speler die op die dag gerechtigd was in deze wedstrijd te spelen, dat ook op de inhaaldatum. Dit geldt ook als die speler tussen deze beide data in andere competitiewedstrijden heeft gespeeld.

50 Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap
 

D 1. Gerechtigd om in een bepaalde ploeg een wedstrijd om het landskampioenschap van de voorjaarscompetitie te spelen is uitsluitend de speler, die in dat bondsjaar ten minste drie competitiewedstrijden in de voorjaarscompetitie voor zijn vereniging heeft gespeeld of geacht wordt te hebben gespeeld, echter niet meer dan eenmaal in een sterkere ploeg (artikel 02, lid 4 sub h).

1  Indien een speler door de KNLTB is aangewezen uit te komen in een (voorbereidende) wedstrijd waarin hij zijn land vertegenwoordigt, kan de CL ten aanzien van de speelgerechtigdheid afwijkend bepalen.

2  Een ploeg, die in een wedstrijd om het landskampioenschap een niet-gerechtigde speler opstelt, wordt geacht deze wedstrijd te hebben verloren.

51 Speelgerechtigdheid bij een beslissingswedstrijd
 

Ten aanzien van de speelgerechtigdheid in een beslissingswedstrijd (artikel 17 lid 1) gelden dezelfde regels als in artikel 50.

Gelijktijdigheid competitie en toernooien

Wanneer een speelgerechtigde speler op één of meer van de vooraf gepubliceerde competitiedata tevens een wedstrijd dient te spelen in een door de KNLTB goedgekeurd toernooi, kan die speler zich terugtrekken uit het toernooi zonder een administratieve overtreding (TR) te hebben begaan. Deze terugtrekking dient plaats te vinden voordat de speler een wedstrijd in het betreffende toernooi heeft gespeeld.

Begeleiding juniorenploegen

Een vereniging dient ervoor te zorgen dat bij alle competitiewedstrijden van juniorenploegen

gedurende de gehele wedstrijd een begeleider van ten minste 18 jaar aanwezig is.

 

HOOFDSTUK V Opstelling volgens sterkte van ploegen en van spelers

 

54 Puntentoekenning aan spelers
 

1  Aan spelers worden op basis van hun speelsterkte in het enkelspel respectievelijk het dubbelspel afzonderlijk punten toegekend en wel als volgt: categorie 1-speler: 1 punt categorie 2-speler: 2 punten categorie 3-speler: 3 punten categorie 4-speler: 4 punten categorie 5-speler: 5 punten categorie 6-speler: 6 punten categorie 7-speler: 7 punten categorie 8-speler: 8 punten categorie 9-speler: 9 punten De volgorde van 1 t/m 9 geeft een afnemende speelsterkte aan.

2  De speelsterktes staan vermeld in MijnKNLTB.

55 Sterktevolgorde van ploegen
 

1. Een vereniging is verplicht om alle ploegen in elke competitiesoort in volgorde van sterkte zo te nummeren en op te stellen, dat op iedere wedstrijddag het puntengemiddelde van een lagere ploeg niet meer dan 1,0 punt lager mag zijn dan het puntengemiddelde van een hogere ploeg.

2. Dit puntengemiddelde wordt als volgt bepaald:

a. Het puntentotaal van een speler, ongeacht de partijen waarin deze speler staat opgesteld, is de som van zijn enkelspel- en dubbelspelspeelsterkte volgens artikel 54, lid 1.

b. Het puntentotaal van een ploeg is de som van de puntentotalen van de spelers opgesteld in die ploeg.

c. Het puntengemiddelde van een ploeg is het puntentotaal van die ploeg gedeeld door het aantal opgestelde spelers.

3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 wordt het puntengemiddelde van een ploeg in een dubbelcompetitie op de volgende wijze bepaald:

a. Het puntentotaal van een speler is de som van twee maal de dubbelspelspeelsterkte volgens artikel 54, lid 1.

b. Het puntentotaal van een ploeg is de som van de puntentotalen van de spelers opgesteld in die ploeg,

c. Het puntengemiddelde van een ploeg op een bepaalde wedstrijddag is het puntentotaal van die ploeg gedeeld door het aantal opgestelde spelers van die ploeg.

56 Opstelling binnen een ploeg

1  Een aanvoerder is verplicht in het enkelspel de spelers in volgorde van afnemende speelsterkte op te stellen. Spelers met dezelfde speelsterkte worden geacht van gelijke sterkte te zijn.

2  Een aanvoerder is verplicht de dubbelspelcombinaties in volgorde van afnemende speelsterkte op te stellen. De bepaling van de speelsterkte van een dubbelspelcombinatie gebeurt door optelling van de aan beide spelers toegekende punten in het dubbelspel (artikel 54, lid 1). Dubbelspelcombinaties met een gelijk aantal punten worden geacht van gelijke sterkte te zijn.

3  Lid 1 en 2 zijn ook van toepassing indien een competitiewedstrijd op een inhaaldag wordt (af)gespeeld.

57 Ploegopstelling laatste twee speeldagen
 

Op de laatste twee speeldagen mogen in een ploeg maximaal 2 spelers opgesteld worden die 3 keer of vaker zijn uitgekomen (of geacht te zijn uitgekomen) in een ploeg in dezelfde competitiesoort met een lager ploegnummer.

 

HOOFDSTUK VI Provinciale competities

 

58 Deelname aan provinciale competities

De KNLTB kan binnen een provincie competities organiseren, waaraan ploegen van verenigingen die tot de provincie behoren en – met toestemming van de CL – ploegen van verenigingen behorende tot een aangrenzende provincie kunnen deelnemen.
 

59 Speelgerechtigdheid bij wedstrijden om het landskampioenschap door de kampioenen van de provinciale competities
 

D 1. Gerechtigd om in een bepaalde kampioensploeg van de provinciale competitie een wedstrijd om het landskampioenschap te spelen zijn uitsluitend zij, die in dat bondsjaar ten minste drie competitiewedstrijden van de provinciale competitie voor hun vereniging hebben gespeeld of geacht worden te hebben gespeeld, echter niet meer dan eenmaal in een sterkere ploeg (artikel 02, lid 4 sub j).

2. Een ploeg, die in een wedstrijd om het landskampioenschap een niet-gerechtigde speler opstelt, wordt geacht deze wedstrijd te hebben verloren.

HOOFDSTUK VII Onderzoeken en protesten
 

60 Verzoek aan de KNLTB een onderzoek in te stellen
 

1. Een belanghebbende vereniging, die twijfelt of:

a. een speler van een tegenpartij gerechtigd is in die ploeg te spelen,
b. een aanvoerder van een tegenpartij de bepalingen omtrent het opstellen van spelers volgens speelsterkte in acht heeft genomen,
c. de vereniging van een tegenpartij de ploegen in volgorde van sterkte heeft opgesteld, kan de KNLTB verzoeken een onderzoek in te stellen.

 

1  Een verzoek om een onderzoek in te stellen dient schriftelijk te worden ingediend door het bestuur of de VCL uiterlijk 8 dagen na de dag waarop de gedraging of handeling heeft plaatsgevonden. De KNLTB kan verzoeken die later worden ontvangen niet-ontvankelijk verklaren.

2  De KNLTB stelt de vereniging waarop het onderzoek betrekking heeft in kennis van het verzoek tot een onderzoek.

3  Indien volgens de KNLTB sprake is van een overtreding ontvangt zonodig elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen, een afschrift van het verzoek tot een onderzoek en het resultaat daarvan.

4  Indien de KNLTB van mening is dat de vereniging het onderzoek zelf had kunnen doen, wordt een bedrag van € 25 in rekening gebracht.

61 Het indienen van een protest bij de KNLTB
 

1  Een belanghebbende vereniging kan bij de KNLTB protest aantekenen tegen gedragingen (niet zijnde gedragingen zoals genoemd in het Reglement Fair Play) of handelingen van een andere vereniging, of die waarvoor die vereniging aansprakelijk is, wanneer deze naar haar mening in strijd zijn met dit reglement.

2  Dit protest dient schriftelijk te worden ingediend door het bestuur of door de VCL, uiterlijk 8 dagen na de dag waarop de gedragingen of handelingen hebben plaats gevonden. De KNLTB kan verzoeken die later worden ontvangen niet-ontvankelijk verklaren.

3  Protesten die later dan 8 dagen na de laatste speeldag van het competitieprogramma worden ingediend, worden niet meer in behandeling genomen, tenzij de KNLTB reden heeft hiervan af te wijken.

4  De KNLTB stelt de vereniging van de ploeg waar tegen het protest gericht is hiervan in kennis en kan de betrokken vereniging(en) horen.

5  Elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen ontvangt zonodig een afschrift van het ingediende protest en de uitspraak daarover.

6  Blijkt het protest ongegrond, dan wordt de vereniging een bedrag van € 25 in rekening gebracht.

 

HOOFDSTUK VIII Strafbepalingen
 

62 Straffen die de KNLTB kan opleggen
 

1. De KNLTB is bevoegd bij overtreding van dit reglement - gevraagd of ongevraagd - één of meerdere van de volgende straffen op te leggen:

a. een vereniging een boete opleggen van maximaal € 225, ook indien de overtreding moet worden toegeschreven aan de aanvoerder van een ploeg. Bij herhaling van de overtreding kan de KNLTB een boete van maximaal € 450 opleggen;

b. een ploeg één of meer winstpunten in mindering brengen;

c. één of meer partijen, die een ploeg ten onrechte niet speelt, verloren verklaren en de uitslag van die partijen administratief vaststellen op 0-6, 0-6;

d. een ploeg uit de competitie nemen indien deze ploeg het verloop van de competitie in ernstige mate heeft verstoord;

e. een partij, die door een niet-gerechtigde speler is gespeeld verloren verklaren en de uitslag van die partij administratief vaststellen op 0-6, 0-6. Dit geldt eveneens voor andere partijen die als gevolg van het meespelen van een niet-gerechtigde speler niet door de juiste speler(s) is/zijn gespeeld;

f. een ploeg op de laatste plaats zetten indien een gefingeerde uitslag is ingevuld of voor juist is ondertekend;

g. een niet (uit)gespeelde wedstrijd/partij alsnog op een andere datum en onder bepaalde voorwaarden vaststellen;

h. de (tussen)stand van een onreglementair uitgestelde wedstrijd omzetten naar een eindstand en/of de eindstand van een onreglementair uitgestelde wedstrijd aanpassen.

 

2. De KNLTB kan één van de onder lid 1 sub b t/m f genoemde straffen opleggen, samen met de onder lid 1 sub a genoemde boete.

3. In Bijlage J staan de maximum boetes vermeld die door de KNLTB kunnen worden opgelegd voor specifieke overtredingen en verzuimen.

4. De KNLTB is bevoegd een vereniging een boete van maximaal € 450 op te leggen, dan wel een vereniging of een ploeg van een vereniging van (verdere) deelneming uit te sluiten, indien niet aan de volgende verplichtingen is voldaan:

a. het voor deelneming aan de competitie verschuldigde inschrijfgeld aan de KNLTB voldoen (artikel 21, lid 3);

b. het minimum voor de competitie vereiste aantal banen beschikbaar stellen (artikel 23, lid 1);

c. kleedkamers met was- en douchegelegenheid, toilet en kantine van voldoende kwaliteit beschikbaar stellen (artikel 23, lid 2 en 3);

d. de onder c genoemde accommodaties gedurende de in artikel 23 lid 1 en 2 genoemde tijd beschikbaar stellen;

e. het beschikken over een gecertificeerde VCL (artikel 21, lid 5);

f. een ingeschreven ploeg de gehele competitie laten spelen (artikel 21, lid 2 en 22, lid 2).

5. De KNLTB is bevoegd de aanvoerder van een ploeg, die dit reglement heeft overtreden, het recht te ontzeggen gedurende een bepaalde tijd als aanvoerder op te treden.

63 Berechting door de Tuchtraad
 

Een speler die zich niet gedraagt overeenkomstig het bepaalde in artikel 38, lid 1 en in Bijlage B, kan worden berecht door de Tuchtraad (Reglement Fair Play).
 

HOOFDSTUK IX Beroepsprocedures
 

64 In beroep gaan tegen uitspraak CL en KNLTB
 

1. Tegen een door de CL genomen beslissing kan een belanghebbende vereniging in beroep gaan bij de KNLTB.

2. Tegen een door de KNLTB opgelegde straf of boete of een genomen beslissing kan een belanghebbende vereniging in beroep gaan bij de Raad van Beroep. Op dit beroep is het Reglement Fair Play van toepassing, met dien verstande dat alleen een belanghebbende vereniging in beroep kan gaan.

3. Het beroep dient namens de vereniging door het bestuur of de VCL binnen tien werkdagen na dagtekening van de uitspraak van de CL of KNLTB te worden ingediend.

4. Het beroep dient schriftelijk en gemotiveerd aanhangig te worden gemaakt.

5. Het niet in acht nemen van de beroepstermijn, het niet betalen van het bedrag om in beroep te kunnen gaan en het niet vermelden van de bezwaren tegen de gewraakte beslissing heeft een niet-ontvankelijkheid van het beroep tot gevolg, tenzij de Commissie van Beroep van oordeel is, dat het verzuim de aangeklaagde niet kan worden aangerekend

c.q. de Commissie van Beroep op verzoek van de klager gemotiveerd tot verlenging van de beroepstermijn besluit.

6. Tegen het al dan niet verlenen van een dispensatie ingevolge artikel 03 geldt een beroepstermijn van maximaal 3 dagen.

7. De CL en een eventueel andere betrokken vereniging ontvangen van de KNLTB dan wel de KNLTB en de betrokken vereniging van de Commissie van Beroep afschrift van het ingediende beroepschrift.

8. Door het instellen van beroep wordt de tenuitvoerlegging van de uitspraak waartegen beroep wordt ingesteld opgeschort, tenzij de KNLTB dan wel de Commissie van Beroep anders besluit. Van dit besluit wordt elke belanghebbende vereniging schriftelijk in kennis gesteld.

9. Als een beroep een klacht of protest betreft die/dat rechtstreeks gevolgen kan hebben voor deelname aan een Nationaal kampioenschap, Play off-, promotie-, degradatie- of beslissingswedstrijd, dan dient dit beroep binnen 24 uur te worden aangetekend.

65 Behandeling beroep door de KNLTB
 

1  Bij de behandeling van een beroepschrift kan de KNLTB de CL en de betrokken vereniging(en) horen. Indien de CL of een betrokken vereniging daarom verzoeken, worden zij in ieder geval door de KNLTB gehoord. De KNLTB kan ook andere betrokkenen oproepen om te worden gehoord.

2  Indien een vereniging die in beroep is gegaan zonder geldige reden aan een oproep van de KNLTB geen gehoor geeft, kan de KNLTB het beroep niet-ontvankelijk verklaren of afwijzen.

3  De KNLTB zendt een afschrift van de uitspraak aan de CL en aan de vereniging(en) die bij het beroep is/zijn betrokken en zo nodig aan elke vereniging waarvan ploegen in dezelfde afdeling spelen.

66 In beroep gaan tegen uitspraak van de Tuchtcommissie
 

1  Tegen een uitspraak of beslissing van de Tuchtcommissie is beroep mogelijk bij de Raad van Beroep.
2  Het beroep dient binnen tien werkdagen na dagtekening van de uitspraak van de Tuchtcommissie te worden ingediend.
3  Het beroep dient schriftelijk en gemotiveerd aanhangig te worden gemaakt.
4  Het niet in acht nemen van de beroepstermijn, het niet betalen van het bedrag om in beroep te kunnen gaan en het niet vermelden van de bezwaren tegen de gewraakte beslissing heeft een niet-ontvankelijkheid van het beroep tot gevolg, tenzij de Commissie van Beroep van oordeel is, dat het verzuim de aangeklaagde niet kan worden aangerekend  c.q. de Commissie van Beroep op verzoek van de klager gemotiveerd tot verlenging van de beroepstermijn besluit.

Uitspraken die de KNLTB kan doen

De Commissie van Beroep kan in een beroep tegen een door de KNLTB opgelegde strafmaatregel:

a. de uitspraak van de KNLTB handhaven, vernietigen of wijzigen;
b. een strafmaatregel opleggen (artikel 62) met een boete van maximaal € 450.

HOOFDSTUK X Slotbepalingen
 

68 Ingangsdatum van dit reglement
 

Dit reglement is in werking getreden op 1 april 2020.
 

69 Wijziging van dit reglement
 

Dit reglement kan uitsluitend worden gewijzigd door het Bondsbestuur.

 

Bijlage A Richtlijnen voor het spelen van partijen zonder scheidsrechter
 

Als een partij wordt gespeeld zonder scheidsrechter dienen de spelers zich aan de volgende regels te houden:

•  Iedere speler is verantwoordelijk voor alle beslissingen aan zijn kant van het net.

•  De speler moet onmiddellijk nadat de bal de grond buiten de lijn heeft geraakt “uit” of “fout” roepen en wel zo luid dat de tegenstander het kan horen.

•  Bij twijfel moet de speler zijn tegenstander het voordeel van de twijfel geven. Dit betekent dat - op banen waarop geen balafdruk is te zien - elke bal die niet met zekerheid “uit” kan worden gegeven, als “goed” moet worden beschouwd en dat het spel dus doorgaat.

•  Als een speler ten onrechte een bal “uit” geeft en zich dan realiseert dat de bal “in” was, moet het punt de eerste keer worden overgespeeld, tenzij de bal voor hem onbereikbaar was (een “scorend punt”), in welk geval het punt voor de tegenstander is. Bij elke volgende onterechte “uit” call verliest de betrokken speler het punt.

•  De serveerder moet, hoorbaar voor de tegenstander, vóór iedere eerste service de stand afroepen. Voor partijen gespeeld op gravelbanen en op andere baansoorten, waarop balafdrukken zijn te zien, dienen de spelers zich, in aanvulling op het bovenstaande, te houden aan de volgende regels:

•  Alleen de balafdruk van de laatste slag van een slagenwisseling mag worden gecontroleerd. Controleren van een balafdruk mag ook als een speler het spel onderbreekt maar in een reflex de bal nog heeft teruggeslagen.

•  Als een speler twijfelt aan de juistheid van een beslissing van zijn tegenstander kan hij hem vragen de balafdruk aan te wijzen. De speler mag dan naar de andere kant van het net gaan om die balafdruk te bekijken (dus niet om een andere balafdruk aan te wijzen!).

•  Als een speler de balafdruk uitveegt geeft hij daarmee aan dat het punt voor zijn tegenstander is.

•  Als de speler een bal “uit” geeft, moet hij, onder normale omstandigheden, in staat zijn om de balafdruk aan te wijzen.

•  Als een speler ten onrechte een bal “uit” geeft en zich dan realiseert dat de bal “in” was, verliest de speler die “uit” riep het punt.

 

Bijlage B Correct gedrag van spelers
 

1. Correct gedrag van een speler, zoals bedoeld in artikel 38, lid 1, houdt onder meer in:

a. dat hij, na daartoe te zijn opgeroepen door de aanvoerder van de ontvangende ploeg of door de voor deze competitiewedstrijd aangewezen hoofdscheidsrechter of andere arbitragefunctionaris, binnen 15 minuten gereed is om te spelen op de daarvoor aangewezen baan;

b. dat hij gekleed is in schone algemeen aanvaarde tenniskleding. Andere sport- of vrijetijdskleding is niet toegestaan, noch tijdens de partij, noch tijdens het inslaan. Wat onder “algemeen aanvaarde tenniskleding” dient te worden verstaan wordt jaarlijks in het Wedstrijdbulletin en op de website van de KNLTB bekend gemaakt;

c. dat hij schoeisel draagt dat speciaal voor tennis is ontworpen en dat de toplaag van de tennisbaan niet kan beschadigen; ten aanzien van een gravelbaan betekent dit dat de zool van het schoeisel vlak dient te zijn, doch een ingewerkt profiel mag hebben, waarbij de afzonderlijke profielranden niet verder uit elkaar mogen liggen dan maximaal 2 mm.

d. voldoen aan de algemene gedragscode van de KNLTB.

2. Onder correct gedrag wordt voorts verstaan dat een speler zich niet te buiten gaat aan:

a. opzettelijk tijdrekken (hieronder wordt onder meer verstaan het niet binnen 20 seconden hervatten van het spel nadat de arbitragefunctionaris daartoe opdracht heeft gegeven);
b. vloeken, schelden en dergelijke;
c. het (hoorbaar) uiten van onbehoorlijke taal;
d. het maken van obscene gebaren;
e. het uit woede en/of teleurstelling gooien met een racket of een ander uitrustingsstuk, dan wel het opzettelijk en krachtdadig beschadigen of vernielen van een racket, een ander uitrustingsstuk of enige vaste hindernis, het net met toebehoren, de baan, de stoel van de scheidsrechter of van een andere arbitragefunctionaris dan wel enig ander aanwezig voorwerp;
f. het uit woede wegtrappen, gooien of zonder noodzaak wegslaan van een bal, waaronder te verstaan is het opzettelijk wegslaan van een bal over de omheining of in de richting van enig persoon met een verwijtbaar gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van de eventuele gevolgen;
g. het bedreigen of molesteren van, of het spuwen naar een tegenstander, official, toeschouwer of enig ander persoon (onder molesteren wordt onder meer verstaan het zonder toestemming overlast aandoen door aanraking van een persoon);
h. onsportief gedrag. Hieronder wordt onder meer verstaan het niet respecteren van de rechten van een tegenstander, het niet aanvaarden van de autoriteit van een official, het beledigen van een toeschouwer en elke andere vorm van niet-correct gedrag (wangedrag) van een speler, waardoor de goede naam van de tennissport wordt aangetast.

Bijlage C Strafpuntensysteem (SPS)
 

1. Het strafpuntensysteem geeft de scheidsrechter zoals bedoeld in artikel 38 lid 3 de mogelijkheid wangedrag en opzettelijk tijdrekken te bestraffen. Onder wangedrag wordt verstaan: gedragingen zoals vermeld in Bijlage B artikel 2 van dit reglement. Onder opzettelijk tijdrekken wordt verstaan: het opzettelijk overtreden van de in tennisspelregel 29 en Bijlage V van de Tennisspelregels toegestane tijdslimieten.

2. De op te leggen straffen zijn:

•  voor de eerste overtreding: een waarschuwing;

•  voor de tweede overtreding: puntverlies;

•  voor de derde en elke volgende overtreding: spelverlies. Na de derde overtreding zal echter de hoofscheidsrechter bepalen of een volgende overtreding tot diskwalificatie (partijverlies) zal leiden. Indien een zeer ernstige overtreding wordt begaan kan de hoofdscheidsrechter beslissen over te gaan tot onmiddellijke diskwalificatie.

3. Met uitzondering van het bepaalde in lid 9 worden aan een speler die de gedragsregels overtreedt en hiervoor volgens het strafpuntensysteem wordt bestraft zogenaamde suspensiepunten gegeven en wel als volgt:

•     Waarschuwing 1 punt;

•     Puntverlies 2 punten, inclusief een reeds toegekend suspensiepunt in verband met een waarschuwing;

•     Spelverlies 3 punten, inclusief reeds toegekende suspensiepunten in verband met een waarschuwing én een puntverlies;

•     Elk volgend spelverlies 1 punt extra;

-Diskwalificatie aantal reeds behaalde punten +1; minimaal 4 punten.

1  Suspensiepunten die in competitie- en toernooipartijen aan eenzelfde speler worden gegeven worden bij elkaar opgeteld.

2  Wanneer aan een speler vier of meer suspensiepunten zijn gegeven wordt dit bij de Aanklager aanhangig gemaakt volgens de regels in het Reglement Fair Play.

3  Wanneer de Aanklager de zaak heeft afgedaan dan wel de Tuchtcommissie uitspraak heeft gedaan in een bij haar aanhangig gemaakte zaak, vervallen die suspensiepunten naar aanleiding waarvan de zaak aanhangig is gemaakt bij de Aanklager.

4  Suspensiepunten vervallen een jaar na de dag waarop de overtreding die aanleiding was tot het geven van die suspensiepunten werd begaan. Deze termijn wordt opgeschort op het moment dat een strafzaak aanhangig wordt gemaakt bij de Tuchtraad.

5  De hoofdscheidsrechter bij een competitiewedstrijd is bevoegd bij wangedrag van onsportief, partijdig publiek de onder lid 2 van deze Bijlage genoemde straffen toe te passen bij de speler van de betreffende competitieploeg. Deze straffen worden onafhankelijk toegepast van de straffen door overtreding van de gedragsregels door de speler zelf. Op grond van de rapportage van de hoofdscheidsrechter kan het Bondsbestuur de vereniging, waartoe de competitieploeg van de bestrafte speler(s) behoort, dagen voor de Tuchtraad (Reglement Fair Play).

6  Het strafpuntensysteem geeft de scheidsrechter/hoofdscheidsrechter ook de mogelijkheid onopzettelijke tijdsoverschrijdingen te bestraffen als een tijdsovertreding, achtereenvolgens met:  

-een waarschuwing

-puntverlies;

-puntverlies, enz., enz. Deze straffen hebben geen consequenties voor het bepaalde in lid 3 t/m 9 van deze Bijlage.

 

Bijlage D Hitteregel bij extreme weersomstandigheden
 

In de lente- en zomermaanden kan het zo warm worden dat dit risico’s kan meebrengen voor de gezondheid van de speler. Dit wordt niet alleen bepaald door de temperatuur die de thermometer aangeeft, maar ook door de luchtvochtigheid. Op warme dagen met een hoge luchtvochtigheid kan het benauwd aanvoelen en het lijkt dan alsof het veel warmer is dan de thermometer aangeeft.

Bij temperaturen boven de 30°C kan het lichaam zijn warmte bijna alleen nog maar kwijt middels transpiratie. Zweet moet verdampen om op die manier warmte aan het lichaam te onttrekken. Bij een hoge luchtvochtigheid kan het zweet echter niet meer goed verdampen. De hitte-index geeft aan hoe warm het aanvoelt door de temperatuur en luchtvochtigheid te combineren.

De WTA en ITF (Juniors/Seniors/Wheelchair) hanteren een hitte-index van 34 als grens waarop de hitteregeling van kracht gaat. De KNLTB hanteert dezelfde richtlijn als de WTA en ITF.

1  De hitteregeling is van toepassing bij alle door de KNLTB georganiseerde competities.

2  De hitteregeling kan ingaan vanaf een hitte-index van 34. (https://www.weerplaza.nl/ actueel/hitte-index/)

3  De VCL bepaalt uiteindelijk of de hitteregeling ook daadwerkelijk van kracht gaat. De wedstrijden worden dan verkort gespeeld; de eerste speler (de eerste dubbelspelcombinatie) die vier spellen wint, wint de set, vooropgesteld dat er een marge is van twee spellen of meer t.o.v. de tegenstander(s). Indien de stand vier gelijk wordt bereikt moet een tiebreak worden gespeeld. Als derde set wordt een beslissende wedstrijdtiebreak (10 punten) gespeeld.

4  Het advies is om zo mogelijk in overleg eerder te beginnen met de ochtendpartijen en de middagpartijen later te verspelen.

5  Indien de hitte-index de 40 overstijgt, worden de partijen stilgelegd.

Bijlage E Coachen
 

Overeenkomstig artikel 39 is coachen tijdens een competitiewedstrijd toegestaan. Het begrip coachen omvat het in woord en/of gebaar geven van technische en/of tactische aanwijzingen. Aanmoedigen is geen coachen. Coachen dient te geschieden volgens onderstaande regels.

1. a. Indien een hoofdscheidsrechter aanwezig is: Voor het begin van iedere partij dient aan de hoofdscheidsrechter te worden opgegeven wie bij die partij als coach zal optreden.

b. Indien geen hoofdscheidsrechter aanwezig is: Voor het begin van iedere partij wordt aan de aanvoerder van de tegenpartij opgegeven wie bij die partij als coach zal optreden.

1  Coachen is alleen toegestaan door iemand die op de baan zit en dan uitsluitend wanneer van speelhelft wordt gewisseld (met uitzondering van een wissel tijdens een tiebreak). De coach dient op de baan, naast en schuin achter de scheidsrechtersstoel, te zitten. Op andere wijze coachen is niet toegestaan, ook niet door het geven van tekens. Wanneer het spel wordt onderbroken en de speler verlaat het speelveld (bijvoorbeeld als verder spelen door weersomstandigheden niet mogelijk is) dan mag de speler door iedereen van advies worden voorzien. Wanneer een speler de baan verlaat voor een sanitaire stop is coaching niet toegestaan.

2  Indien meerdere partijen van een competitiewedstrijd tegelijk worden gespeeld, mogen de coaches bij deze partijen tussentijds onderling wisselen. Tevens is het mogelijk dat voor deze partijen één persoon coach is. Deze coach mag dan uiteraard afwisselend bij de ene of bij een andere partij coachen. Het wisselen (en betreden) van baan door de coach is alleen toegestaan wanneer de spelers van speelhelft wisselen (tiebreak uitgezonderd).

3  De coach mag de scheidsrechter aanspreken (niet een lijnrechter), over een genomen beslissing. Ook kan de coach de scheidsrechter verzoeken een balinspectie te doen (de coach mag zelf geen balinspecties doen). De scheidsrechter moet op eventuele vragen van de coach antwoord geven. De speler kan zijn coach verzoeken om de scheidsrechter over een beslissing aan te spreken of de scheidsrechter te verzoeken een balinspectie te doen; hij kan niet zelf met de scheidsrechter in discussie gaan.

4  De coach dient zich correct te gedragen en mag uitsluitend tijdens het wisselen van speelhelft coachen.

5  Bij niet-correct gedrag van de coach heeft de hoofdscheidsrechter de bevoegdheid om een coach tweemaal een formele waarschuwing te geven. Bij de derde overtreding wordt de coach verwijderd als coach van de aan de gang zijnde partij en/of volgende partijen; in dit geval mag de coach wel door een ander worden vervangen.

6  Indien bij een competitiewedstrijd geen arbitragefunctionaris aanwezig is, dienen de aanvoerders een eventueel geschil over onjuiste coaching gezamenlijk op te lossen.

 

Bijlage F Eisen tennisbanen
 

1. Voor het verkrijgen van het NOC*NSF/KNLTB keurmerkcertificaat van tennisbanen, zoals bedoeld in artikel 23, lid 2 dienen aanleg, renovatie en ombouw als volgt plaats te vinden:

a. Om te komen tot een NOC*NSF/KNLTB keurmerkcertificaat dient het project betreffende aanleg, renovatie of ombouw werkzaamheden te worden geregistreerd op de NOC*NSF Sportvloerenlijst via https://sportvloeren.sport.nl/nieuw-sportvloerproject. Dit keurmerkcertificaat representeert het bewijs dat de tennisbanen zijn aangelegd volgens de geldende NOC*NSF normen en KNLTB reglementen (minimale kwaliteitseisen).

b. Voor de realisatie van een gecertificeerde tennisbaan dient ten behoeve van het NOC*NSF kwaliteitszorgsysteem een éénmalige bijdrage, het zogenoemde ‘bijdrage kwaliteitszorgsysteem’ te worden voldaan door de hoofdopdrachtgever. De bijdrage per tennisbaan is vastgesteld op 50 euro per baan (prijspeil 2019).

c. De keuringswerkzaamheden, inhoudende praktijk- en laboratoriumonderzoek, dient te worden uitgevoerd door een door NOC*NSF erkend keuringsinstituut. De kosten hiervoor staan apart van de ‘bijdrage kwaliteitszorgsysteem’ en betreft de locatie specifieke keuringswerkzaamheid van het keuringsinstituut. Afhankelijk van het type werkzaamheden (aanleg, renovatie of ombouw) worden de verschillende constructielagen getoetst op de geldende normen.

d. De eindkeuring omvat zowel een sporttechnische keuring als een reglementaire keuring. De sporttechnische keuring vindt plaats op basis van de sporttechnische normen voor tennisbaanconstructies, die oa. de volgende aspecten omvatten:

-sportfunctionaliteit;

- veiligheid;

- bespeelbaarheid;

- uniformiteit;

- duurzaamheid.

e. De reglementaire keuring vindt in hoofdzaak plaats op basis van de Tennisspelregels, waarbij ten aanzien van de maatvoering van de uitlopen de volgende aanvullende bepalingen gelden:

I. Bij aanleg, renovatie of ombouw van banen dient de achteruitloop ten minste 6,40 meter en de zij-uitloop ten minste 3,66 meter te bedragen.

II. In afwijking van het bepaalde onder I. dient de tussenuitloop tussen twee naast elkaar gelegen banen ten minste 5,00 m. te zijn.

III. De zij- en achteruitloop dient vrij te zijn van obstakels (bijvoorbeeld lichtmasten en onderhoudsmateriaal), met uitzondering van:

a. de ruimte pal achter de netpaal ter grootte van 1,50 m² ten behoeve van de scheidsrechtersstoel;

b. aan beide zijden van het speelveld, maar zo dicht mogelijk bij de scheidsrechtersstoel een ruimte van max. 1,00 (b) x 2,00 (l) meter ten behoeve van spelersbanken. Deze spelersbanken moeten zo dicht mogelijk tegen de buitengrens van de uitloop bij de betreffende baan worden geplaatst. Bij de aanwezigheid van een toegangspoort mogen deze ruimten worden verplaatst tot naast deze toegangspoort. In de tussenuitloop (bij twee of meer banen naast elkaar) dienen deze ruimten zodanig in het midden van de uitloopruimte te worden geplaatst dat er aan weerszijden min. 2,00 meter resteert.

2. Alle erkende en gecertificeerde tennisbanen zijn te raadplegen via de NOC*NSF Sportvloerenlijst. Ook zijn hier de bedrijven vindbaar die tennisbanen onder keur kunnen aanleggen. Via de KNLTB en de website www.centrecourt.nl kunt u meer informatie inwinnen over de aanleg van tennisbanen.

 

Bijlage G Taken en bevoegdheden van een Verenigingscompetitieleider (VCL)
 

1. De VCL heeft voor het begin van de competitie de volgende taken:

a. Het zich op de hoogte stellen van de inhoud van het CR en het Wedstrijdbulletin.

b. Het aan de KNLTB digitaal aanleveren van relevante informatie over elke thuiswedstrijd van ploegen van zijn vereniging. Deze informatie moet ten minste 8 dagen voor de datum van de betreffende wedstrijd gepubliceerd zijn op MijnKNLTB en dient in ieder geval het volgende te bevatten: -het tijdstip waarop met de betreffende competitiewedstrijd wordt begonnen en

het tijdstip waarop de bezoekende ploeg wordt verwacht; -de naam en het telefoonnummer van de aanvoerder van de ontvangende ploeg; -de baansoort waarop de competitiewedstrijd zal worden gespeeld.

c. Het maken van een planning voor elke speeldag overeenkomstig artikel 28, lid 1 sub d, met daarop voor iedere thuisspelende ploeg vermeld op welke banen die ploeg zijn partijen zal spelen.

d. Het doorgeven aan de aanvoerders van de ploegen van zijn vereniging van: -het wedstrijdprogramma; -de aanvoerders en verenigingen met ploegen in dezelfde afdeling; -overige van de KNLTB ontvangen informatie.

e. Het informeren van de aanvoerders van de ploegen van zijn vereniging over de gang van zaken op de competitiedagen en over het CR en de Wedstrijdbulletins. Deze informatie dient o.a. te gaan over: -het digitaal invullen van het ploeguitwisselings-/wedstrijdformulier en het

elektronisch verzenden van de uitslagen aan de KNLTB; -tijdige aanwezigheid bij zowel thuis- als uitwedstrijden; -de gedrags- en kledingregels; -de coaching; -de verantwoordelijkheden van de aanvoerder; -de baanindeling bij thuiswedstrijden.

2. De VCL heeft op de speeldagen de volgende verantwoordelijkheden (deze taken kunnen bij delegatie door anderen worden uitgevoerd):

a. zorgen dat het CR, de relevante Wedstrijdbulletins, de Tennisspelregels, de ballen en de EHBO-doos aanwezig zijn;

b. controle op de banen (o.a. nethoogte en enkelspelpaaltjes) en kleedkamers voor het begin van de speeldag;

c. de bezoekende ploegen ontvangen, zich als VCL bekend maken, iets vertellen over de gang van zaken en de ploeg introduceren bij de (aanvoerder van de) ontvangende ploeg;

d. het ontvangen en begeleiden van arbitragefunctionarissen (indien van toepassing);

e. controle op het door de aanvoerder controleren van (indien van toepassing) de leeftijd van de spelers van de tegenpartij;

f. controle houden op de onderhoudstoestand van de banen (o.a. wanneer beregend moet worden);

g. (eventueel) publicatie van tussenstanden van die dag gespeelde wedstrijden

h. bij wijziging van het banenschema (bijvoorbeeld door weersomstandigheden of uitloop van partijen) dit tijdig doorgeven aan de betreffende aanvoerders;

i. controle op de tijdige elektronische verzending van de uitslagen aan de KNLTB;

j. i.v.m. de weersomstandigheden beslissen (na overleg met parkeigenaar en/of groundsman) over het stopzetten en het hervatten van een wedstrijd;

k. het op een neutrale wijze bemiddelen bij geschillen op en rond de baan en het toezicht houden op het naleven van de gedragscodes;

l. toezicht houden op het naleven van de kledingregels;

m. beslissen wat er moet gebeuren bij het niet op tijd aanwezig zijn van een ploeg of een speler (artikel 28, lid 2 en 30, lid 1, 2 en 3).

n. controle op het door de aanvoerder oproepen van spelers voor een partij en het zo nodig opeisen van partijen wanneer spelers niet tijdig aan die oproep voldoen (artikel 29 en 30)

3. De VCL heeft (direct) na de speeldagen de volgende taken:

a. het (eventueel) indienen van protesten bij de KNLTB overeenkomstig het CR;

b. het (eventueel) rapporteren aan de KNLTB van wangedrag (zoals genoemd in het Reglement Fair Play) dat zich heeft voorgedaan (artikel 38) bij het Fair Play meldpunt van de KNLTB;

c. het voeren van correspondentie met de KNLTB over alle zaken die de competitie betreffen en het daarover informeren van zijn verenigingsbestuur.

 

Bijlage H Systeem van variabele begintijden van wedstrijden
 

In het wedstrijdbulletin staat aangegeven bij welke competities er gespeeld wordt middels het systeem van variabele begintijden. Indien hiervan sprake is zal rekening gehouden moeten worden met de hieronder gestelde voorwaarden.

1. Bij het bepalen van de begintijd van de wedstrijd van een thuisspelende ploeg dient rekening te worden gehouden met de volgende voorwaarden:

a. als begintijd kunnen alleen worden gekozen hele of halve uren, niet vroeger dan 9.00 uur en niet later dan 16.30 uur, behoudens het bepaalde sub c. en d;

b. indien de reisafstand van de bezoekende ploeg 80 of meer kilometer bedraagt, mag geen begintijd vroeger dan 10.00 uur worden gekozen. Onder de reisafstand wordt verstaan de afstand over de weg tussen de terreinen van de betreffende verenigingen;

c. in de juniorencompetities moet tussen 09.00 uur en 12.00 uur gestart worden, tenzij door baancapaciteitsproblemen dit niet mogelijk is. In dit geval mogen wedstrijden uiterlijk 15.00 uur aanvangen, met uitzondering van de 8 partijen gemengd junioren competitie. Deze moet uiterlijk 13.00 uur starten;

d. in de reguliere gemengde 8 partijen competitie mag geen begintijd later dan 14.00 uur worden gekozen.

1  De VCL van de vereniging van een ontvangende ploeg is verplicht de begintijd van een wedstrijd van die ploeg te publiceren op MijnKNLTB. Deze informatie dient uiterlijk 8 dagen voor de betreffende speeldag te zijn doorgegeven. Mocht dit niet gebeurd zijn, dan dient de aanvoerder van de bezoekende ploeg contact op te nemen met de VCL van de thuisspelende ploeg. Deze VCL zal dan schriftelijk aan de aanvoerder de begintijd moeten bevestigen.

2  Op elke competitiedag dient de VCL van de vereniging van de thuisspelende ploegen, dan wel een door hem aangewezen persoon, zich aan de bezoekende ploegen bekend te maken als degene, die de toewijzing van de banen regelt en de aanvoerders hierover informeert. In verband met deze regeling dient hij:

a. rekening houdende met de volgorde van de partijen die per competitiewedstrijd door aanvoerders van beide ploegen conform artikel 33 zijn vastgelegd, een planning te maken voor alle partijen van de thuisspelende ploegen en wel zodanig dat: -voor elke partij anderhalf uur wordt gereserveerd. Uitzondering hierop zijn de

Junioren 11 t/m 14 jaar. Voor deze competitie wordt voor elke partij drie kwartier

gereserveerd; -elke ploeg steeds over ten minste één baan kan beschikken; -de laatste partij van een wedstrijd niet later dan om 19.30 uur kan beginnen; -conform artikel 28, lid 1 sub d van het CR, wedstrijden bestaande uit 8, 6, 5 resp. 4

partijen, in ten hoogste 5, 4, 3 resp. 3 speelronden worden gespeeld. In afwijking hierop geldt voor de juniorencompetities dat wedstrijden bestaande uit 8 resp. 6 partijen, in ten hoogste 4 resp. 3 speelronden worden gespeeld, tenzij door omstandigheden (oneven aantal banen, uitloop van partijen, niet bespeelbaar zijn van banen, etc.) dit niet mogelijk is.

b. Een nieuwe planning te maken indien door (weers)omstandigheden de partijen ten minste twee uur later worden gespeeld dan was gepland. Bij deze nieuwe planning gelden de volgende randvoorwaarden: -afgebroken partijen hebben voorrang boven partijen die nog moeten beginnen; -partijen van ploegen met een reisafstand van meer dan 80 km hebben voorrang

boven andere partijen;

-het kunnen laten (af)spelen van alle (resterende) partijen van een bepaalde wedstrijd heeft voorrang boven het laten (af)spelen van slechts een deel van de (resterende) partijen in andere wedstrijden.

c. Zowel bij de onder a. als de onder b. bedoelde planning artikel 29 toe te passen.
 

Bijlage I Sanitaire onderbrekingen
 

Sanitaire onderbrekingen moeten in principe tijdens een setpauze worden opgenomen en mogen voor geen enkel ander doel worden gebruikt. Het verwisselen van kleding door vrouwen moet tijdens een setpauze plaatsvinden. In een heren- en damesenkelspel heeft een speler c.q. speelster recht op één sanitaire onderbreking. In elke dubbelspelpartij mag elke ploeg in totaal twee onderbrekingen opnemen. Indien partners samen de baan verlaten, telt dit als een van de toegestane onderbrekingen. Elke keer dat een speler om een sanitaire onderbreking vraagt en toestemming verkrijgt, wordt beschouwd als een van de toegestane onderbrekingen, ongeacht of de tegenstander de baan al dan niet heeft verlaten. Elke sanitaire onderbreking die wordt opgenomen nadat het inspelen is begonnen, wordt beschouwd als één van de toegestane onderbrekingen. Een speler mag bovendien zonodig alle speelhelftwisselingen gebruiken voor sanitaire doeleinden. Overschrijdt de betrokken speler echter de maximaal toegestane tijd van 90 seconden (bij speelhelftwisseling), resp. 2 minuten (bij setpauze), dan wordt hij volgens het Strafpuntensysteem (Bijlage C) direct gestraft voor het begaan van een gedragsovertreding. Indien de gezondheidstoestand van een speler het noodzakelijk maakt dat hij op enig moment naar het toilet moet kunnen gaan, moet hij hierover vóór de partij contact opnemen met de hoofdscheidsrechter. Indien dit verzoek wordt ingewilligd moet de tegenstander hierover voor aanvang van de partij worden geïnformeerd. Voorts kunnen er in het damestennis andere redenen zijn dat een speelster dringend de baan moet verlaten. In deze situaties kan de arbitragefunctionaris de speelster toestaan de baan te verlaten voor een onderbreking op een ander moment dan tijdens een setpauze, mits zij haar toegestane onderbreking nog niet heeft opgenomen.
 

Bijlage J Maximum boetes specifieke overtredingen en verzuimen CR

Bijlage K. Hitteregel bij extreme weersomstandigheden

In de lente- en zomermaanden kan het zo warm worden dat dit risico’s kan meebrengen voor de gezondheid van de speler. Dit wordt niet alleen bepaald door de temperatuur die de thermometer aangeeft, maar ook door de luchtvochtigheid. Op warme dagen met een hoge luchtvochtigheid kan het benauwd aanvoelen en het lijkt dan alsof het veel warmer is dan de thermometer aangeeft.
Bij temperaturen boven de 30°C kan het lichaam zijn warmte bijna alleen nog maar kwijt middels transpiratie. Zweet moet verdampen om op die manier warmte aan het lichaam te onttrekken. Bij een hoge luchtvochtigheid kan het zweet echter niet meer goed verdampen. De hitte-index geeft aan hoe warm het aanvoelt door de temperatuur en luchtvochtigheid te combineren.
De WTA en ITF (Juniors/Seniors/Wheelchair) hanteren een hitte-index van 34 als grens waarop de hitteregeling van kracht gaat. De KNLTB hanteert dezelfde richtlijn als de WTA en ITF.
1 De hitteregeling is van toepassing bij alle door de KNLTB georganiseerde competities.
2 De hitteregeling kan ingaan vanaf een hitte-index van 34. (https://www.weerplaza.nl/ actueel/hitte-index/)
3 De VCL bepaalt uiteindelijk of de hitteregeling ook daadwerkelijk van kracht gaat. De wedstrijden worden dan verkort gespeeld; de eerste speler (de eerste dubbelspelcombinatie) die vier spellen wint, wint de set, vooropgesteld dat er een marge is van twee spellen of meer t.o.v. de tegenstander(s). Indien de stand vier gelijk wordt bereikt moet een tiebreak worden gespeeld. Als derde set wordt een beslissende wedstrijdtiebreak (10 punten) gespeeld.
4 Het advies is om zo mogelijk in overleg eerder te beginnen met de ochtendpartijen en de middagpartijen later te verspelen.
5 Indien de hitte-index de 40 overstijgt, worden de partijen stilgelegd.