Vragen over (spel)regels van het tennis

antwoorden vind je onderaan de vragenlijst

01 Na een slagenwisseling is gebleken dat de gespeelde bal te zacht is. Wat moet er nu gebeuren?
a. doorspelen met de te zachte bal
b. de bal vervangen en het punt overspelen
c. de bal vervangen en het gemaakte punt blijft geldig

02 Tijdens de slagenwisseling raakt de bal lek. Wat moet er nu gebeuren?
a. de bal direct vervangen en het punt overspelen
b. doorspelen met de lekke bal tot het punt is beslist
c. de bal vervangen en het punt blijft geldig

03 De snaren van een racket mogen verschillend van dikte zijn.
a. dat is juist
b. dat is onjuist

04 In het amateurtennis is het toegestaan met een kapot racket of racket met kapotte besnarening een officiële wedstrijd te spelen.
a. dat is juist
b. dat is onjuist

05 Waar mag de ontvanger van de service staan?
a. achter het servicevak op zijn speelhelft
b. achter de achterlijn op zijn speelhelft
c. overal aan zijn kant van het net, behalve in het servicevak
d. overal aan zijn kant van het net

06 Voordat het inspelen begonnen is dient de toss te zijn verricht.
a. dat is juist
b. dat is onjuist

07 Tijdens een slagenwisseling raakt de bal nog net de achterkant van de achterlijn. Wat moet er gebeuren?
a. let
b. servicelet
c. de bal is uit
d. doorspelen

08 Een serveerder serveert onderhands een 2e service, terwijl de ontvanger klaar staat. Mag dat?
a. ja
b. neen

09 Een 2e service raakt een bal die in het verkeerde servicevak ligt. Vervolgens komt de geserveerde bal in het juiste servicevak terecht. Wat gebeurt er?
a. doorspelen
b. punt ontvanger
c. punt serveerder
d. let 2e service

10 Tijdens de uitvoering van de service staat de serveerder op de achterlijn. Welke beslissing is juist?
a. dit is een fout
b. dit is een voetfout
c. let
d. gewoon doorspelen

11 Een 2e service komt via de netpaal in het juiste servicevak Wat gebeurt er?
a. punt ontvanger
b. punt serveerder
c. let 2e service
d. doorspelen

12 Een serveerder besluit om de voor de service opgegooide bal niet te slaan. Hij vangt deze met de hand op. Mag dat?
a. ja
b. neen

13 Een serveerder besluit om de voor de service opgegooide bal niet te slaan. Hij vangt deze met het racket op. Mag dat?
a. ja
b. neen

14. Tijdens een slagenwisseling springt er een snaar kapot. Wat gebeurt er?
a. punt tegenstander
b. let
c. doorspelen

15 Een geslagen bal gaat zeker uit. De speler vangt de bal met het racket op. Mag dat?
a. ja
b. neen

16 Een dropshot wordt met veel tegeneffect geslagen en gaat nadat ze juist over het net de grond heeft geraakt, weer terug over dat net. Jij kan nog net de bal raken zonder het net aan te raken. Mag dat?
a. ja
b. neen

17 Tijdens een slagenwisseling raak jij onbedoeld de bal 2x. Wat gebeurt er?
a. doorspelen
b. punt voor de tegenstander
c. let

18 Voordat een 2e service geslagen wordt heeft een speler het recht een bal uit de speelhelft van zijn tegenstander te laten verwijderen. Klopt dat?
a. ja
b. neen

19 Wie beslist er tijdens een toernooi of er bij regen  al dan niet gestopt wordt met spelen?
a. één van de spelers is voldoende
b. alle spelers met algemene stemmen
c. de wedstijdleider

20 Een competitieploeg is bij niet verschijnen van de tegenstander op de geplande begintijd verplicht tenminste anderhalf uur te wachten.
a. dit is juist
b. dit is onjuist

21 Tijdens een slagenwisseling raakt jouw return een naast de baan staand scorebord en valt weer in het juiste veld. Wat gebeurt er?
a. doorspelen, want de bal komt in het juiste veld terug
b. punt voor de tegenstander, want de bal raakt iets dat geen vaste hindernis is
c. let, het punt wordt opnieuw gespeeld

 

 

 

Antwoorden:

01 C
02 A
03 A
04 A
05 D
06 A
07 D
08 A
09 B
10 B
11 A
12 A
13 A
14 C
15 B
16 A
17 A
18A
19 C
20 A

21 B

 

bron:  Multiple Choice - vragen over de tennisregels - KNLTB